Nabeschouwingen
Geen groter schoon dan eigen kroon
19 oktober 2009
Geen groter schoon dan eigen kroon:Drie kroontjes werden er gepresenteerd zodat de avond weer goed gevuld was. Als eerste kregen we Etienne Vergauwen die ons een reeks dia’s liet zien over succulenten die een beetje in de
vergeethoek zijn gesukkeld.
Ceropegia wordt in de volksmond ook wel eens het lantaarnplantje genoemd. De bekendste soort is waarschijnlijk C. woodii die
kleine knolletjes vormt onder de grond. De bloemblaadjes zijn aan de punten dikwijls vergroeit waardoor ze wat op lantarentjes
lijken. Dit geslacht uit de zijdeplant familie (Asclepiadaceae) telt een aantal gevoelige soorten die best worden gekweekt in een goed gedraineerde grond.
Ze moeten ook wat warmer gehouden worden om rotting te voorkomen. Aporocactus werd gekruist met Epiphyllumsoorten wat planten voortbracht met schitterende
bloemen. Zulke kruisingen gebeurden eveneens tussen Rhipsalis en andere cactussen die zich als epiphytische planten
manifesteren en waar eveneens mooie rijk bloeiende planten van voortkwamen. Ze zijn allen zeer geschikt om ze als hangplant in mandjes op te hangen, liefst niet in de volle zon.
Pfeiffera erecta is eveneens een plant met lange hangende stammetjes bestaande uit verschillende segmenten. Ze is afkomstig van Bolivia en Noordwestelijk Argentinië. Thans luid haar wetenschappelijke naam Epismium ianthothele.
Selenicereus soorten hebben dikwijls grote nachtbloemen De vruchten die ze voortbrengen zijn eetbaar. Schlumbergera is de bekende kerstcactus.
Hiervan zijn een aantal soorten beschreven (vroeger als Zygocactus) maar er zijn ook heel wat cultivars te vinden met zeer uiteenlopende bloemkleuren.
De bloemen zijn zygomorf. Om de kerstcactus te laten bloeien heeft deze een koelere periode nodig en 12 tot14 uur duisternis.
Kris De Raeymaeker had een kleine collectie Coryphantha’s
meegebracht waarover hij een woordje uitleg gaf. Het is een beetje een verwaarloosd geslacht en dit is toch wel onterecht.
De naam Coryphantha komt uit het Grieks en betekent ‘in de schedel bloeiend’, want inderdaad, de bloemen verschijnen uit de nieuwgroei in de kop van de plant.
Ze zijn verwant met Mammillaria en hebben net als deze spiraalvormig geplaatste tepels. Als men deze gaat tellen met de blik op de kop in
uurwijzerzin en ertegen komt men steeds tot een constante verhouding, de zogenaamde “Fibnacci-serieën”(5:8,8:13,13:21 enz.)
Door de volgende vijf karakteristieken laat ze zich afscheiden van aanverwante geslachten zoals Escobaria:
Centrale bloemen - Tepelgroeven - Buitenste bloembladen niet gewimperd , Groene, sappige , vlezige bessen - Zaden glad, bruin, netgroevig.
Iedere tepelcactus die vier van deze vijf karakteristieken vertoont behoort tot het geslacht Coryphantha.
Ze behoren tot de langzaam groeiende cactussen en zijn dikwijls pas na 8 à 10 jaar bloeirijp. Het verschijnen van de tepelgroeven kondigt de bloeirijpheid aan. Vele soorten doorlopen verschillende ouderdomsstadia en zien er dan steeds anders uit.
In de natuur worden ze als langzaam groeiende planten sterk beïnvloed door hun micro-standplaats en zijn daardoor extreem variabel, waardoor er tot 360 verschillende soorten werden beschreven.
Door grondige veldstudie is dit aantal gereduceerd tot 40 soorten en 4 ondersoorten. Coryphantha’s zijn zeker niet de moeilijkste planten om te kweken, op enkele uitzonderingen na (C. robustispina en zijn ondersoorten).
Vele soorten gedijen zelfs in humusrijke substraten. De penwortels hebben echter wel behoefte aan zeer diepe potten. Het opkweken is vrij eenvoudig, maar vraagt veel geduld, omdat de planten pas na 8 à 10 jaar bloeirijp zijn.
De groene soorten zijn gevoelig voor spint. Onder de wolvorming in de schedel durven zich luizen te verstoppen. Wees dus op uw hoede. Een verwittigd man…..
Het laatste kroontje kwam er na de pauze en tombola. Het was een bijdrage van mezelf en handelde over fotografie in de natuur en de uitgebreide mogelijkheden van digitale spiegelreflex camera’s en compact camera’s .
Waarschijnlijk was het voor de meesteliefhebbers een beetje zware kost maar als je mooie afbeeldingen wil laten zien kan je er eigenlijk toch niet naast. Een goede rugzak met opbergvakken voor je fotospullen, eten en drank en eventueel
verbanddoosje zijn een must als je de bergen of kloven intrekt voor een daguitstap. Dikwijls komt er wat klimwerk bij te pas of moet je een steile afdaling doen over losliggende stenen en dan kan je beter je dure camera maar even wegbergen.
Lenzen wisselen is onderweg niet aan te raden omdat er zo makkelijk stof op de sensor kan komen wat mogelijk zichtbaar wordt op de afbeeldingen. Als het daarbij nog wat vochtig is of er wordt zand in de body geblazen is schade aan het toestel niet uitgesloten.
Ook het schermpje kan je beter met cellofaan afplakken. Nikon heeft hiervoor een afdekplaatje op hun toestellen voorzien. Het beste neem je dus een reislens mee. Een zoomlens met een variabele brandpuntafstand van 18 tot 200mm is ideaal.
Hierop kan je nog eventueel voorzetlenzen monteren zodat je ook een macro-opname kan maken of je telebereik kan vergroten.
Dan is het echter verstandig om een statief te gebruiken om bewegingsonscherpte te voorkomen. Hiervan zijn er verschillende soorten te koop die dienen voor allerlei omstandigheden.
Neem niet het eerste het beste want dikwijls is goedkoop ook
duurkoop…..
Compact camera’s presteren goed bij landschapsfotografie maar
laten het bij tele-opnames afweten. Als je niet al te veeleisend bent kan je er ook nog leuke portretjes mee maken. Weet dat een goede
compact camera bijna zoveel kost als een instapmodel DSLR (digitale spiegelreflex) Verder gaf ik nog een woordje uitleg over de instelmogelijkheden van de diverse camera’s maar dat was voor
velen duidelijk te ingewikkeld. Diegenen die wel interesse hebben in fotografie zullen zelf hun weg wel vinden naar betere
opnames en de mogelijkheden (die ook afhankelijk zijn van hun
budget) van digitale camera’s.
Dank je wel Etienne en Kris voor jullie bijdrage aan dit jaarlijks
thema. Ik denk dat de meeste leden het wel boeiend vonden.
Jef