Nabeschouwingen

Sulcorebutia

17 maart 2008

Door Kamiel Neirinck

Eindelijk was het dan zover. Onze eerste digitale presentatie met de fonkelnieuwe beamer werd een feit. De beelden die we te zien
kregen waren zowel ingescande dia’s van Bolivia als dichtbij opnamen van gekweekte planten gemaakt met een digitaal fototoestel.
Bolivia is volledig omsloten door 5 landen en heeft geen zeehaven. In het westen van Bolivia ligt de Andes. De hoogste top van dit gebergte is de Nevado Sajama met een hoogte van 6542 meter.
Voor een deel bestaat het land uit het “hoogland van Bolivia” (de altiplano), de hoogvlakte van de Andes. Het oosten van Bolivia is laagland en het begin van het Amazoneregenwoud.
Het Titicacameer is een groot meer dat op de grens met Peru ligt. In het westen van Bolivia, in het departement Potosi, ligt de grootste zoutvlakte ter wereld: Salar de Uyuni. De grootste stad is Sant Cruz de la Sierra met 1.196.100 inwoners, gevolgd door La Paz (850.000 inw.) en Cochabamba (834.900 inw.).
Dit is dus het land waar de Sulco’s voorkomen. Nu moet je een dosis geluk hebben of goed ingelicht zijn en over de nodige informatie beschikken om de plantjes te kunnen vinden.
Sulcorebutia’s kunnen gemakkelijk verward worden met Rebutia’s door hun kleine gestalte en de bloemen die aan de onderkant van de planten verschijnen. Het verschil zit in het feit dat de Sulco’s een groef hebben boven het areool. Het areool is meestal langgerekt waardoor de doorns pectinaat (kamvormig) geplaatst zijn.
Lobivia’s hebben ook deze groef als kenmerk evenals de kneukels onder het areool. Ze zijn dan ook verwant en er zullen in de natuur wel overgangsvormen voorkomen. Dit kunnen we evolutie noemen, zoals we dit besproken hebben tijdens onze doe-avond. Planten van beide geslachten kunnen echter niet allemaal zomaar gekruist worden.
De schitterende felgekleurde bloemen van de Sulco’s verschijnen zijdelings op oudere areolen, echter niet zo laag als bij Rebutia; ze zijn zelfsteriel. Hoog in de bergen van Bolivia kan men ze vinden tot op hoogten van 3500meter. Door hun grote penwortel kunnen ze zich bij langdurige droogte terugtrekken tot bijna onder grond.
In de kas kunnen ze lage temperaturen verdragen. Frisse lucht stellen ze ten zeerste op prijs.Na het tonen van de verschillende regio waar de plantjes voorkomen en wat afbeeldingen met achtergrondinfo zoals hierboven vermeld, kregen we de verschillende soorten te zien, met vermelding van vindplaats en eventueel veldnummer. Hierbij viel op hoe dezelfde soorten uiterlijk toch kunnen verschillen naargelang de groeiplaatsen waar ze werden gevonden. Ook de bloemkleur is zeker niet bepalend voor de soorten. Wie gefascineerd is door de pracht van dit geslacht kan er eens een naslagwerk over lezen of een en ander opzoeken op het internet. De prachtige beelden zullen we ons nog lang herinneren en een dankwoordje aan onze gastspreker is dan zeker gepast.
Merci Kamiel en hopelijk mogen we U nog eens verwachten met een andere boeiende lezing over onze geliefde plantjes.

Jef

Overzicht nabeschouwingen


Webdesign: Geert Serneels - webmaster@cactusweelde.be