Nabeschouwingen

Brazilië: Bahia

20 augustus 2007

In juni-juli 2005 kreeg Peter Rely de kans om aan te sluiten bij een groepje Duitse Brazilie reizigers die al menig maal dit land bereisd hebben. Een kans die hij natuurlijk met beide handen gegrepen heeft. Door de drukke bezigheden van enkele van de deelnemers kon onze reis spijtig genoeg slechts een vijftiental dagen duren. Binnen dit korte tijdsbestek en gezien de immensheid van het land waren de plannen natuurlijk beperkt. Onze voornaamste bestemming werd de wijde omgeving van Morro do Chapeu in de staat Bahia. Deze stad ligt op een plateau Serra de Tombador- op een hoogte van +/- l000m. De gemiddelde jaartemperatuur bedraagt er 20,1°C. We verbleven er in Pousada 'Ecologica das Bromelias', onze vaste uitvalsbasis gedurende de eerste dagen. Zuidelijk van de stad bezochten we de vindplaats van de onlangs in Kuas beschreven vorm van Micranthocereus polyanthus v. alvinii. Deze groeit er op wit kwartszand. Andere planten in de buurt: Austrocephalocereus purpureus (nu Micranthocereus purpureus), Stephanocereus luetzelburgii, Melocactus paucispinus.

Het tweede biotoop dat we bezochten bevond zicht op ongeveer 23 km ten noordwesten van Morro do Chapeu. Een werkelijk ongelooflijk mooie vindplaats. Op en tussen platen ijzerzandsteen, Pedra canga genaamd, groeiden minstens een vijftiental verschillende cactussoorten samen. Niet minder dan 5 verschillende Melocactussoorten groeiden hier broederlijk naast elkaar; M. glaucescens, M. erythracanthus (= een ernestii vorm), M. oreas ssp. cremnophilus, M. paucispinus en M. x albicephalus (een hybride tussen glaucescens en erythracanthus). Het was hier dat ik voor het eerst exemplaren van mijn lievelingsgeslacht 'Discocactus' ontwaarde in hun natuurlijk biotoop. Het betrof Discocactus boomianus, waarschijnlijk een van de minst bedreigde, zoniet 'de' minst bedreigde soort uit het hele geslacht. Er groeiden daar nog duizenden planten. Tussen al die Disco's stonden nog heel wat andere planten zoals: Micranthocereus flaviflorus ssp. densiflorus, Pilosocereus gounellei, Pilosocereus pachycladus, Opuntia inamoena, Pereskia bahiensis, Leocereus bahiensis,
Stephanocereus luetzelburgii, Euphorbia phosphorea,
Ik had er menig diafilmpje nodig om al dat fraais te fotograferen!
Later die dag vonden we iets meer westelijk, de in de natuur vrij zeldzame, Discocactus bahiensis ssp. gracilis HU 485. Op de 'type' vindplaats van deze soort (er is voor zover ik weet maar een vindplaats gekend) vonden we slechts een vijftiental planten die volledig gelijk met de bodem zaten. Hun bedoorning en uitzicht doet denken aan Gymnocalycium spegazzinii. Oostelijk Morro do Chapeu bezochten we Vale do Ferro Doido met z'n 100m hoge waterval. iets meer noordelijk van Morro do Chapeu, nabij Lagedo Bordado, vonden we nog een tweede vindplaats van Micranthocereus polyanthus v. alvinii.

We verlaten Morro do Chapeu, trekken noordwaarts en later westwaarts richting Umburanas. Onderweg maken we nog een ommetje langs Gruta dos Brejões. Een 123m hoge grot van 60m breed. Langsheen de zandpiste (45km enkel) naar Brejões bezoeken we vindplaatsen van Melocactus glaucescens, Melocactus pachyacanthus, Stephanocereus leucostele en Pilosocereus tuberculatus. Na een overnachting in een zeer lamentabel hotelletje in Umburanas trekken we noordwaarts, de Serra Sao Francisco in. Hier vinden we Pilosocereus bohlei, genoemd naar een van mijn reiscompanen, Bemhard Bohle.
Deze in 2001 (KUAS 52 (10» beschreven Pilosocereus wordt maximum 2m hoog en spruit aan de basis (meestal 4 tot 7 spruiten). Door zijn, naar Pilosocereus normen eerder 'kleine' afmetingen, is deze soort zeker geschikt voor de liefhebberskas. Typisch voor deze soort zijn de iets flesachtige groei (een beetje zoals bij Stephanocereus luetzelburgii), de ribben die overgaan in losstaande areolen van zodra de plant bloeirijp wordt, het feit dat de wortels verdikkingen bevatten en dat de vruchten niet openbarsten bij rijpheid (ze verdrogen, vallen af en verspreiden hun zaden via het gaatje onderaan in de bes). Al deze kenmerken dragen ertoe bij dat men niet geheel zeker is of deze bohlei bij Pilosocereus zal ondergebracht blijven.
Er is evenwel nog meer studie nodig om hierover uitsluitsel te brengen. Spijtig genoeg vinden we deze soort nog niet of nauwelijks in cultuur. Pilosocereus bohlei komt op z’n 'type’ vindplaats voor, samen met de geelbloeiende en eveneens eerder zeldzame Micranthocereus flaviflorus.
Over Umburanas en Gameleira trekken we westelijk, richting
Xique-Xique. Onderweg houden we halt aan de 'type' vindplaats
(Rio Verde I) van de welgekende, mooi blauw berijpte, Melocactus azureus. Deze groeit er op scherpe kalksteenrotsplaten, 'bambui' genaamd.
Na een bezoekje aan de kleurrijke lokale markt van Xi que-Xi que gaat het richting Barra. Melocactus giganteus (heden ten dage niet meer erkend als echte soort, maar aanzien als een zehntneri vorm) was de volgende soort die we zouden zoeken. Op de gekende vindplaats waren zo goed als geen planten meer te vinden.
Enkel van Facheiroa ulei, een sterk vertakkende cereusvormige plant, vonden we er prachtige exemplaren met zijcephalium.
Vermoedelijk zijn dit planten die enkele tientallen jaren oud zijn.
In onze collecties vindt men uiterst zelden een plant uit dit geslacht. Er worden ook bijna nooit zaden van te koop aangeboden.
Om terug te komen op Melocactus giganteus, een eindje verderop konden we toch nog enkele planten (sommige beschadigd en met stekken op de kop) terugvinden. Ons klauterwerk werd beloond.
Na met een grote veerpond in Barra de Rio Sao Francisco te zijn overgestoken ging het zuidelijk richting Born Jesus da Lapa.
In dit bedevaartsoord werd even halt gehouden. Een berg met daarin een grot fungeert als kerk. Bovenop de berg groeien duizenden Pilosocereusen. De wanden zijn echter zo stijl dat er onmogelijk bij te komen is.
Even westelijk van Born Jesus da Lapa, meer bepaald in de buurt van Porto Novo bezochten we de 'type' vindplaats van Discocactus nigrisaetosus RV 448 (nu Discocactus catingicola ssp. nigrisaetosus). Deze groeit er in een bodem van wit zand,
evenwel beschermd door laag struikgewas. Om daar te geraken moesten we de Rio Corenti over. De veer was hier veel kleiner en het vergde heel wat meer stuurmanskunst om hier behouden de overzijde te bereiken. Niet ver van de Discocactus lokatie groeit Melocactus levitestatus. Deze soort werd in 1973 beschreven door Buining & Brederoo. De groen tot donkergroene planten kunnen tot 68 cm (inclusief cephalium) hoog worden. De vorm met een meer blauwachtig lichaam, die groeit in de buurt van Agrovilla,
werd beschreven in 1977 als Melocactus warasii.
Vandaag de dag erkent men deze warasii niet meer als een echte soort maar als een vorm van de eerder beschreven Melocactus levitestatus.
Van Born Jusus da Lapa ging het verder richting Caetite.
Op z’n 35 km ten Z.O. van
Born Jesus da Lapa ligt Jua. Hier, op Morro da Barriguda
(=heuvel van de flessenboom),
is de type vindplaats van Melocactus deinacanthus gelegen.
De vruchten van deze vrij zeldzame melo (staat op de CITES 1 lijst van beschermde planten) zijn wit.
Van deze melocactus was slechts een vindplaats bekend,
deze heuvel vlak naast een drukke weg. Een vijftiental jaar geleden was al eens een gedeelte van de heuvel opgeblazen en gebruikt om de straat mee te herstellen. Dit samen met het feit dat de vindplaats vrij
gemakkelijk te bereiken was voor liefhebbers (en verzamelaars in de letterlijke zin van het woord) waren de reden om deze plant als extreem bedreigd te beschouwen. Een recent artikel in het Britse Cactus en Succulent Journal berichtte een tweetal nieuwe vindplaatsen tussen Jua en Chapade Grande. Deze bleken bij enkele personen
(oa. Pierre Braun) al meer dan 20 jaar bekend, doch nooit bekend gemaakt. Dit om de soort beter te kunnen beschermen.
Met het vinden van deze 'nieuwe' groeiplaatsen wordt het groeiareaal van de soort wat groter zodat ze misschien binnen enkele jaren van de CITES1 I lijst kan genomen worden.
We bezochten deze nieuwe vindplaatsen. In tegenstelling met de type vindplaats groeit Melocactus deinacanthus hier op vlakke ijzerzandsteenplaten (Pedra canga). Aan de rand van de populatie werden sporadisch hybriden met Melocactus zehntneri en Melocactus bahiensis aff. waargenomen. Op deze nieuwe vindplaats vonden we ook een tweede soort Facheiroa, met name Facheiroa chaetacantha.
Met een blik op de weg richting Caetite (de volgende bestemming) besloot Peter dit eerste deel van zijn Braziliaans avontuur.

Ik hoop dat jullie genoten hebben van deze beelden over een zeer mooi en interessant land met cactusgeslachten die de laatste jaren spijtig genoeg niet meer zo in trek zijn bij de cactusliefhebbers.

Overzicht nabeschouwingen


Webdesign: Geert Serneels - webmaster@cactusweelde.be