Nabeschouwingen
De belevenissen van Jan
19 maart 2007
ZUID AFRIKA - De regenboognatie:Door Frank Hoste
Gelukkig konden we rekenen op Frank Hoste die ons deze lezing bracht ter vervanging van de geplande diavoordracht van Jan Wouters die wegens ziekte niet kon aanwezig zijn.
Vorig jaar, in april bracht Frank ons al een schitterende revue over zijn
belevenissen van Springbok tot Kaapstad. Dat waren dan de droge
gebieden in het westelijk deel van het land.
Zuid Afrika telt ongeveer 44 miljoen inwoners en is 40 maal groter dan
België.
Het oosten heeft veel meer neerslag en we treffen er dan ook een heel
andere plantengroei aan.
Vanuit Johannesburg gaat het richting Blyde Rivier Canyon die grenst aan het Kruger National Park. Het is de op twee na grootste kloof van de
wereld. De snelstromende rivier baant zich een weg door een gebied dat op 700m hoogte ligt en bestaat uit kleigrond en kwartsgesteente.
Twee bijzondere uitzichtpunten zijn Wonder View en God’s Window.
Prachtige geologische vormen zijn de Pinnancle, een gigantische toren die zo uit de grond lijkt te komen en de Three Rondavels, Deze drie ronde
heuvels hebben veel gelijkenis met de traditionele hutten van de Xhosa-stam. In het Krugerpark zijn mits wat geluk en eventuele hulp van een gids de big five te vinden (leeuw, luipaard, olifant, neushoorn en buffel). Het is 352 km lang en gemiddeld 60 km breed. Het heeft de grootste diversiteit aan diersoorten van het continent. Er leven 147 soorten zoogdieren,
507 soorten vogels, 120 soorten reptielen, 52 soorten vissen en 35 soorten amfibieën. Van de succulente planten zagen we boomvormige Euphorbia’s, Aloë excelsa var. excelsa, Euphorbia cooperi (geeft jaarlijks een nieuw
segment). Enkele van de getoonde diersoorten waren o.a. stekelvarken, luipaard, buffels, gnoes (wildebeest), giraffe (kameelpeerd) en watervaraan.
Verder ging het richting Swaziland. Dit koninkrijk, geregeerd door HM. King Mswaki III en grenzend aan Mozambique, heeft als hoofdstad Mbabane.
De Swazi wonen in de typische rondavels en dragen kleurige kledij.
Als gewassen kweken ze voornamelijk bananen en suikerriet.
Om er een Swazidorp te bezoeken werd kledij als cadeau geschonken.
We zagen afbeeldingen van Plumeria (Asclepiadacea), Pedilanthus
( Euphorbiaceae){deze planten komen voor in tropisch Amerika?},
Euphorbia cooperi, oragnewever, hamerkopvogel.
Meer zuidelijk gaat de tocht door Kwazulu Natal. Hier zagen we de
bergzebra,blauwaapjes,een uit de kluiten gewassen Ficus, Aloë barberae (boomaloë), Aloë marlothii (bergaalwijn), penseelzwijnen en een reuzenslak.
De kuststad Durban in het zuidoosten telt 1.5 miljoen inwoners waarvan heel veel Indische migranten. De Victoria market en de krottenwijken
werden bezocht. Langsheen de kust naar het zuiden vind Frank er
Carpobrotus edulis en Aloë reitzii. Verder naar het zuiden nabij Port
Shepstone ligt het Oribi Gorge Nature Reserve . Dit is een 24 km lange
ravijn waarin de Umzimkulwana rivier de zandsteenformatie zo’n 300 m diep heeft uitgesleten. Het is een waar paradijs voor fotografen; deze tuin van eden omvat wouden, ravijnen, rivieren, stroomversnellingen en steile wanden. Hier zijn het luipaard, troepen bavianen,verschillende soorten
antilopen (waarnaar het reservaat is genoemd), een onmetelijk vogelbestand, waaronder 7 soorten arenden en vijf soorten ijsvogels thuis.
De tocht gaat verder naar Lesotho. Deze enclave is een koninkrijk middenin Zuid-Afrika en het enige land ter wereld dat volledig boven de 1000 m ligt (met als laagste punt 1400 m). De hoofdstad is Maseru. Er leven zo’n
2 miljoen mensen en het land is 30.350 km2 groot. Frank vond er een
beschermde Aloë soort.
Zuidelijk van dit koninkrijk bevindt zich het voormalig thuisland Transkei dat in 1994 herenigd werd met Zuid- Afrika. Het is het geboorteland van Nelson Mandela. De hoofdstad is Umtata. Transkei (land dat naast de
keirivier ligt) is het land van de Xhosa. Ze wonen in ronde hutten die hun opening naar het oosten hebben en langs deze kant ook geschilderd zijn zodat de zon ze niet te fel zou opwarmen. Ze leven vooral van veeteelt.
Coffee Bay is een van de mooiste kustplaatsjes langsheen de “Wild Coast” gelegen tussen de groene heuvels en de azuurblauwe zee. Aloë ferox en
tenuior zijn hier te vinden. Verder zuidelijk groeien Aloë africana,
Euphorbia polygona en Aloë ferox.
Vanaf Port Elizabeth begint de tuinroute richting Kaapstad. Onderweg zien we Euphorbia inconstantia en Aloë arborescens (tot 5 m hoog).
Het laatste deel van de lezing omvatte een bezoek aan de botanische tuin Kirstenbosch. De tuin is 3 ha groot en toont planten van alle
Zuid-Afrikaanse landen. We zagen dia’s van o.a. Protea soorten (suikerbossie), Leucospermum cordifolium, Strlitzia reginae “Mandela’s Gold” (wilde vorm van de paradijsvogelbloem welke inheems is in de Oostkaap), Aloë plicatilis en enkele Euphorbia soorten.
Rest ons nog om Frank te bedanken voor deze boeiende lezing .
We hopen hem weer te mogen
begroeten met een andere voordracht over de Afrikaanse pracht zoals bvb. De kleine en grote Karoo.