Nabeschouwingen

Geen groter schoon dan eigen kroon

20 november 2006

Als eerste kwam Luc van Nuffelen aan de beurt, enkel gewapend met een houten doosje kwam hij naar voor, iedereen benieuwd !!

Luc kweekt zijn planten in een mengeling van drie delen beukenblad en een deel compost. Het beukenblad wordt jaarlijks omgezet en dit gedurende vier jaar vooraleer het bruikbaar is.
Tijdens deze handeling ontdekte hij de larve van een neushoornkever. Aanvankelijk wist hij niet waar het om ging. De larve was ongeveer acht cm. groot. Ze leven in composterend eikenblad en beukenblad evenals rottend hout. De inhoud van zijn houten bakje was inderdaad de uit de kluiten gewassen larve en de kever.

Een woordje uitleg over de neushoornkever.

De neushoornkever is een van de grootste inheemse soorten en kan iets langer dan 4 centimeter worden. Deze kever komt voor in loofbossen, in de Benelux is de soort echter zeldzaam. Omdat de neushoornkever ook wel eens gekweekt is, is er vrij veel bekend over de soort.
De kever is te herkennen aan het dieprode glanzende lichaam,alleen mannetjes hebben de neushoornachtige punt vooraan op de kop. Deze dient om elkaar om te duwen in gevechten om de vrouwtjes, en niet om te steken. Het lichaam is aan de zijkanten en onderzijde sterk behaard met een borstelige oranjebruine beharing,die ook bij de kop te vinden is.
De kever zelf leeft maar enkele weken en neemt geen voedsel meer op, de larven echter kunnen wel twee tot drie jaar leven in rottend hout van diverse loofboomsoorten. De lengte van het larvestadium hangt af van het voedselaanbod maar vooral van de temperatuur. Larven die in houthopen leven waarin compostering plaats vindt (broei), leven in veel hogere temperaturen en kunnen zich al binnen enkele maanden volledig ontwikkelen. De larve wordt 7 tot 12 centimeter lang en kent drie stadia voordat verpopping plaatsvindt.

Bron: Wikipedia

Als tweede in de rij was willy Gebruers aan de beurt.
Hij wou aantonen dat geënte planten er niet noodzakelijk moeten uitzien als twee planten boven op mekaar, maar ook het uitzicht van een natuurlijke soort hebben, daarom ent hij op lage stammen.
Willy ent zijn planten op echinopsisonderstammen. Om mooie gedrongen en goed bedoornde planten te behouden worden geen meststoffen bij het gietwater gevoegd. In het begin moeten de spruiten van de echinopsis worden weggenomen. Later is dit niet meer nodig. Om de twee tot drie jaar wordt er verpot. Het kan gebeuren dat de entling zijn eigen wortels hervat of dat een penwortel dwars door de entstam groeit. Bij gebruik van bimskies moet men wel bijmesten of de planten gaan achteruit. Overmatige groei wordt door deze methode beperkt.

Nummer drie was dit jaar Jos Goudman.

Jos bracht ons een diamontage over het Goblin Valley State Park en eentje over het Eifelgebied.
Goblins zijn geen dwergen zoals hij eerst dacht maar gedrochten, ontstaan door erosie. Ze vertonen dikwijls zeer speciale vormen.
De hardere delen van het gesteente blijven bestaan terwijl de zachtere delen door wind en water worden weggevreten. In dit gebied komen zo goed als geen planten voor. Prachtige kleuren tekenen meestal het beeld. Jos maakt dikwijls gebruik van een polarisatiefilter. Dit beschermd natuurgebied bevindt zich in de staat Utah.

De Eifel is gekend om zijn oogstrelende landschappen en ongerepte natuur in de beschermde gebieden. Menig wandelaar staat soms versteld van de bloemenpracht die men in de bermen langs de wegen aantreft. Vooral in het voorjaar is het een waar genoegen om hier te vertoeven. Naast landschapfotografie is hier de mogelijkheid om prachtige macro-opnamen te maken van bloemen en insecten. Dit is iets wat Jos goed onder de knie heeft door jarenlange ervaring, geduld en liefde voor de natuur. Het waren dan ook weer heel mooie beelden om naar te kijken.

Jef Vromans bracht ons: De Copper Canyon.

Deze diavoorstelling bracht hij om onze leden een idee te geven hoe dit gebied er uitzag en welke planten hij er gevonden had.
Tijdens de lezing die gehouden werd naar aanleiding van de Succulentenhappening ll. over een veldonderzoek naar bepaalde mammillarias werd ook hier naar planten gezocht. Na eerst nog wat beelden van zuidelijk Baja California getoond te hebben evenals de dolfijnen in de buurt van Topolobampo (Sinaloa), ging het verder met de trein die vanuit Los Mochis dwars door de canyon naar Chihuahua rijdt. In Areponapuchic (Pasade Barrancas) werd afgestapt en overnachtten en aten ze bij de familie Diaz. Gepakt en gezakt gingen ze de canyon in tot aan de Urique. Deze rivier heeft in de loop der eeuwen de bergketen uitgesleten en het is niet de enige die dit deed. Door de rivierbedding gingen ze een bezoek brengen aan een warmwaterbron, waar het heerlijk vertoeven was. Ook een oase met bron en waterval werd bezocht. Tijdens de terugtocht ontmoetten ze Tarahumara-kinderen. Deze indianenstam woont nog in dit gebied maar is veelal ook ingeburgerd in de steden. Nadat ze
teruggekeerd waren uit de canyon bracht de gastheer hen naar het toeristische Creel. Dit stadje is gekend om zijn sportmogelijkheden zoals mountenbiking en in de winter skigelegenheid. Van hieruit bracht een aangepaste bus hen naar Batopilas. Onderweg stopten ze ondermeer nog in Bahuichivo, het uitkijkpunt van de canyon “La Bufa” en het mijnstadje La Bufa zelf.

Bij de eerst afdaling toonde hij afbeeldingen van verschillende agaven, yuca’s, tilantia’s, Opuntia’s, Lemairocereus thuberi.(Marshallocereus).
Bij de tweede afdaling zag u afbeeldingen van Ferocactus swarzii, een kruipende cereus en een boomopuntia.

Als laatste bracht Maurits Huygaerts ons een diareeks over Euphorbia en Stapelia met de nadruk op de verscheidenheid en de kleurenpracht van de stapelia bloem.
Een geluk dat de diavoorstelling reukloos was.
De meeste succulente Euphorbia’s komen voor in het Afrikaanse continent. We zagen dia’s van verschillende soorten met daarbij ook cristaten en monstruose vormen, al dan niet geënt. Het sap dat vrijkomt bij verwonding van de planten is giftig en kan bij contact met de ogen ernstige schade of zelf blindheid veroorzaken.
De Stapelia’s en aanverwanten zijn gekend om de onaangename geur die ze dikwijls verspreiden. De soms grote bloemen (20 cm. bij S.grandiflora) zijn vijflobbig en soms diep ingesneden. Het kleurenpalet is zeer uiteenlopend en bijzonder mooi.
Aanverwante geslachten zijn o.a. Heurnia, Hoodia, Careluma.

Zoals steeds is “Geen groter schoon dan eigen kroon” een bijzondere bijdrage en dit door eigen leden naar eigen kunnen en kennen gebracht. Deze avond was dus weer zeer geslaagd.

Jef & Ludo

Overzicht nabeschouwingen


Webdesign: Geert Serneels - webmaster@cactusweelde.be