Nabeschouwingen

Van Springbok tot Kaapstad

17 april 2006

Gewoonte getrouw laat Frank eerst enkele beelden op ons los van het vorige deel. Via o.a. de Himba vrouwen uit Namibië en Pachypodium Lealii subsp. Lealii nemen we definitief afscheid van deel drie.

Na een korte stop in Namaqualand waar de velden oranje kleuren van de Gazania’s duiken we de ‘Knerstvlakte’ in.

De aarde kleurt er rood en tussen die rode aarde en de witte kwartsstenen

Die er rijkelijk zijn rondgestrooid, beleven we direct een eerste hoogtepunt.

Op enkele vierkante meter vinden we al direct een waaier van hoogsucculente mesems. Allen stuk voor stuk interessante hebbedingetjes. Enkele voorbeelden zijn Argyroderma Delaetii, Ophthalmophyllum, Cheiridopsis Marlotii en Conophytum Flavum.

De meest markante vertegenwoordiger van dit gebied is voor mij echter Oophytum Oviforme. Deze kleuren bijna zo rood als de aarde waar ze in groeien en steken dan ook mooi af tussen de witte kwartssteentjes.

Nauwelijks iets verderop ook de bij ons moeilijk te kweken Dactylopsis Digitata, hier tezamen met Cephalophyllum Spongiosum en Crassula Columnaris Prolifera. Je moet natuurlijk met je neus vlak tegen de grond gaan hangen om dit fraais te bewonderen. Al loop je dan wel het risico dat men je bij de neus neemt! Dit overkwam Frank daar in de knertsvlakte.

Men had hem gevraagd om een bergschildpad die hun weg kruiste even te

onderzoeken. Als je hem omdraait kun je zien of het een mannetje of een vrouwtje is, hadden zijn gezellen hem toevertrouwd.

Wat Frank niet wist, is dat deze schildpad je in het aangezicht plast wanneer je ze omdraait, tot groot jolijt uiteraard van zijn medereizigers.

Volgende stop is de kwekerij van Buys Wieze. Zo’n kwekerij ginder ziet er natuurlijk heel anders uit dan hier bij ons. Geen glas,slechts wat doeken ter afscherming tegen de nooit aflatende zon. Voor de rest alles open en bloot.

We zien op deze kwekerij o.a. een hele reeks zaailingen van de zwaar bedreigde Aloë Pillansii. In de buurt van de’Olifantsrivier’ zien we Conophytum Obcordellum in rotsspleten en tussen het mos; dus met andere woorden in heel vochtige omstandigheden. En wij maar spaarzaam zijn met dat water. Daar waren ook schitterende exemplaren van Adromischus Mariannae, in kleuren zoals wij ze hier wellicht nooit zullen krijgen.

In iedere lezing van Frank schijnt een ezelspan voor te komen, dus ook vanavond passeerde er eentje door het beeld. Na een stukje architectuur met ‘Cape Dutch’- woningen belanden we in de ‘Karoo’.

We zien hier de prachtige Didymaothus Lapidiformis. Deze blijkt ginder zowel wit als roze te bloeien. Op deze vlakte alweer ontelbare succulenten.

Deze keer is de vlakte bedekt met zeer veel kiezel. Hier geen rode aarde en kwarts. Andere begeleiders van deze standplaats zijn Crassula Rupestris (ook alweer veel kleurrijker als bij ons), Tylecodon Paniculata, Lithops Comptonii, Crassula Tomentosa Globosa, mooie Pleiospilos groepen, Anacampseros en vele andere. De Lithops groeit tezamen met enkele fraaie korstmossen. Onze gastspreker heeft veel bewondering voor deze laatste groep van planten. Van favorieten gesproken….. Even verder zien we één van zijn absolute oogappels onder de Euphorbia’s nl. Euphorbia Multiceps. Maar ondanks dat het zijn grote favoriet is, slaagt hij er niet in om hem goed te kweken. Hij zou hier namelijk heel moeilijk te cultiveren zijn.

Op eigen wortel rot hij immers altijd weg. Als je hem ent, gaat de mooie typische vorm dan weer verloren. Dus bij ons moet hij gegarandeerd door het leven als misbaksel. Via diverse wijnregio’s komen we aan in de botanische tuin van Karoo (155 Ha). De meeste planten verblijven er in grote bakken of schalen. De hoofdreden voor dit oversized oppotmateriaal is dat men minder water moet geven. De planten reageren heel anders in zulke omstandigheden als in onze kleine potjes. Echter bij ons zou dit leiden tot acuut plaatsgebrek. Ook de botanische tuin van Kirsten Bosh werd onder vakkundige leiding van Ernest Van Jaarsveld bezocht.

Typisch voor Botanische tuinen in Zuid Afrika is dat je er alleen planten tegen komt van hun continent; hier geen planten uit andere werelddelen.

We reizen verder en onthouden ook de Euphorbia Caput – Medusae die bijna met zijn wortels in de zee staat; een onverwachte strandbezoeker !

Had er iemand de ober geroepen ? Neen, het zijn de brilmontuurpinguins die aan de ‘Kaap De Goede Hoop’ vrolijk rondhuppelen.

Tot slot laat Frank ons nog meegenieten van ‘Succulenta 1996’, een soort congres zoals wij ook onze ELK kennen. Dit congres is gespreid over vijf dagen en telt 29 lezingen (allen in het Engels).

We zien nog een deel van de prachtige schow die hieraan verbonden is.

In de verkoopstent zijn prachtige Pachypodium brevicaule te koop voor slechts 40 à 50 oude Belgische franken, een peulschil voor zo’n prachtige planten.

We sluiten af met een zeer bijzondere plant : Aloë Haemanthifolia. Deze plant heeft Frank reeds 6 tot 7 keer geprobeerd. Een zeer eigenaardige plant maar schijnbaar wederom niet te kweken.

Over het waarom en hoe kan blijkbaar momenteel nog niemand een antwoord geven. Deze plant was ook daar in een plaatselijke kwekerij te bewonderen.

Met die gedachte dat we nog niet tot alles in staat zijn, kunnen we deze mooie lezing afsluiten. Het geeft ons nog het gevoel dat het werk nog niet af is… En dat we verder moeten blijven zoeken.

Kris

Overzicht nabeschouwingen


Webdesign: Geert Serneels - webmaster@cactusweelde.be