Nabeschouwingen

Cactussen, carnivoren, en andere succulenten

16 januari 2006

Louis Van de Meutter is reeds jaren een vaste waarde als voordrachtgever.  Hij weet ons steeds te verrassen met prachtige dia’s en een terdege gefundeerde babbel.  Een all-round man is een goede omschrijving.  Van elk onderwerp dat hij brengt weet hij alles tot in de details.  Het is alleen spijtig dat een avond niet lang genoeg is om al die kennis en wetenswaardigheden over te brengen.  Niet alle beelden werden in de eigen verzameling genomen.  Daar waar de locatie anders was dan de thuisbasis werd deze ook telkens vermeld.

In grote lijnen waren al de beelden alfabetisch gerangschikt.  Een andere opmerking die Louis maakte was dat hij qua naamgeving hoofdzakelijk blijft bij de nomenclatuur van Backeberg.

Bij de cactussen werd er gestart met Arrojadoa waarvan de soort aureispina var. anguinea met bloemen in het eindstandig cephalium het doek sierde.  Arrojadoa rhodantha met zijn typische wasachtig rose bloemen is zowat de bekendste uit dit geslacht.  Al deze planten zijn afkomstig uit Brazilië en hebben het in de winter graag een beetje warmer.

Astrophytum asteria f. ‘Super Kabuto’ in bloei is zeker geen alledaagse verschijning en juist daarom wou Louis ons dit beeld niet onthouden.

Cephalocleistocactus is een geslacht dat Backeberg afgesplitst heeft van Cleistocactus omdat het in de bloeibare zone fijn borstelhaartjes ontwikkelt.  De typische buisvormige bloemen zijn geel.

Coryphantha is voor Louis een lievelingsgeslacht.  Het zijn planten die in het zuiden van de USA en verder over een zeer groot deel van Mexico verspreid zijn.  Heel veel van deze planten groeien tussen grassen, dus op plaatsen die geschikt zijn voor de landbouw.  Dit is dan ook de grootse bedreiging voor deze planten.  De boeren rooien de planten om er hun landbouwgewassen te kunnen telen.  Coryphantha cornigera heeft een uitgesproken zwarte neerwaarts gekromde middendoorn, de bloemen zijn 5 cm in doormeter en citroengeel.  Met zijn glanzend donkergroen epidermis is Coryphantha elephantidens een heel opmerkelijke verschijning.  Als er dan bloemen verschijnen wordt het echt een feest.  De bloem is rood tot roze van kleur en tamelijk groot.  Het boek “Coryphantha” van Dicht en Lüthy vermeldt dat de bloem ook geel kan zijn en zowat alle kleuren kan aannemen die tussen deze twee liggen.   In feite niet verwonderlijk want het verspreidingsgebied is groot.  De vroegere soorten bumamma, garessii en greenwoodii zijn door bovenstaande auteurs als subspecies van elephantidens opgenomen.  Coryphanta nickelsiae en pseudenickelsiae verschillen volgens Louis zeer weinig, en alhoewel de eerder vernoemde auteurs het nog bij afzonderlijke soorten houden, vermoedt Louis dat het normaal dezelfde soort zou zijn.  Zelfs de gele bloemen met roodachtige middenstreep is bij beiden hetzelfde, dus zal Louis het wel bij het recht eind hebben. Coryphanta sulcata is de favoriete soort van Louis.  Het is een zodenvormende plant met glanzende gele bloemen waarvan de keel rood is.  Louis toonde er ons een prachtig beeld van.

Discocactus cristallophilus, zou nu placentiformis noemen, is een warmteminnende plant zoals alle planten uit dit geslacht die voornamelijk uit Brazilië komen.  De bloem is zuiver wit en ruikt zeer goed.  De kleur en geur van deze nachtbloeier dienen om de insecten aan te trekken.

Dolichotele baumii (nu Mammillaria) heeft zwavelgele bloemen die heerlijk ruiken.  Het is altijd prettig om in de serre deze geuren op te vangen.  Ook Echinocereus is een geslacht dat Louis nauw aan het hart ligt.  Het zijn planten met relatief grote bloemen met spetterende kleuren en die bovenover mee van de langste standtijd hebben onder de cactussen.

Echinocereus boyce –thompsonii van Arizona heeft grote karmijnrode bloemen die bijna van het projectiedoek afknalden.  Echinocereus engelmanii heeft een zeer groot verspreidingsgebied en is dus qua bloem en bedoorning variabel.  Echinocereus dasycanthus is volgens mij de mooiste Echinocereus.  Al maar goed dat mooi een relatief begrip is en dat het varieert van persoon tot persoon.  Het zou maar eentonig zijn dat wij allen hetzelfde mooi vinden!  Echinocereus dasycanthus komt voor in het zuiden van de USA en het noorden van Mexico.  De doornen zijn witgrijsachtig en omvatten het lichaam van de plant als een ondoordringbaar pantser.  Als de bloemen verschijnen dan begint het schouwspel.  De kleur kan variëren van geel tot roze met een groene keel en alle tussentonen van kleur zijn mogelijk.  De standtijd van de bloem kan, afhankelijk van de temperatuur, tot zeven dagen bedragen!  Echinocereus dasycanthus speelt een rol in de natuurhybriden Echinoreues x reoterii en x lloydii.  Beide soorten zijn nog variabeler dan eerstgenoemde soort maar zeker de moeite waard om uit te zaaien en als je plaats hebt ze op te kweken tot bloeibare planten waarna men er de mooiste kan uit selecteren.  Een aparte plant is Echinocereus klapperi ondekt in 1983 door Ingo Klappet nabij El Novillo in Sonora.  De bloem heeft een lichte zygomorfe vorm en vandaar dat Louis vermoedt dat de bestuiver wel eens een vogel zou kunnen zijn.  Echinocereus palmeri is normaal een redelijk kleine plant.  Louis had deze in zijn verzameling geënt staan.  Daar hij dan nogal wild groeide heeft hij een plantje afgesneden en beworteld op bimskies.  Deze plant groeit nu voortreffelijk op bims.  Louis is helemaal geen tegenstander van enten maar vindt dat een wortelecht gekweekte plant veel mooier is.  Het probleem met veel van planten uit het zuiden van de USA is dat ze op eigen wortel gemakkelijk roodrot aan de wortels krijgen.  Dit is meestal de schuld van teveel vocht in de grond als de plant niet in de groei is.  Vroeger greep men voor zulke planten steevast naar het mes en was enten de oplossing.  Louis grijpt nu ook naar het mes maar dan om een stek te snijden die hij dan op bimskies laat bewortelen.  Alle grondsoorten waarin turf verwerkt is hebben het nadeel dat zij lang vochtig blijven wat roodrot tot gevolg kan hebben.  Zet je zulke gevoelige planten op een doorlatend mineraal grondmengsel dan zal je helemaal geen last hebben van dat vervelende roodrot.  Het mengsel blijft niet zo lang vochtig en de lucht kan veel beter circuleren in het mengsel wat de waterhuishouding en zeker de wortels ten goede komt.  Louis heeft met succes reeds heel wat moeilijke planten op een zuiver bimssubstraat geplaatst.  Indien je zuivere bims gebruikt is tijdens het groeiseizoen regelmatige toevoeging van meststof in het gietwater nodig.  Het is natuurlijk geen must om zuivere bims te gebruiken.  Ook met grond, grof rijnzand, klein geslagen potscherven, hydro argex, lava gruis (niet te fijn) en nog zoveel meer kan hetzelfde resultaat bekomen worden.  Het is zeker het proberen meer dan waard, de anders moeilijke planten worden dan makkelijke dingen die veel mooier groeien dan geënt.  Er is wel een ding:  men moet iets langer geduld hebben vooraleer de plant gaat bloeien, alhoewel dit zeker geen algemene regel is.

Echinocereus pectinatus heeft een groot verspreidingsgebied dat zich uitstrekt over het zuidwesten van de USA en het noorden van Mexico.  Uit voorgaande kan men dus afleiden dat de planten zeer variabel zijn.  De bloemen zijn roze met donkere middenstreep en een licht tot bijna witte keel.

Echinocereus reichenbachii heeft bijna hetzelfde verspreidingsgebied als de voorgaande en is nog meer variabel dan zijn voorganger.  Prachtige planten met dito bloemen die zeker een plaatsje in de verzameling verdienen.  Een tiental jaar geleden was Echinocereus rigidissimus ssp. rubrispinus zeer populair.  De doornen omhullen de plant als een maliënkolder en zijn bij de typesoort witgrijs.  De subspecie rubrispinus heeft in de bovenste helft van de plant rode doornen.  Met zijn grote rode roze bloemen is het een zeer opvallende verschijning in de verzameling.  Als kanariegeel bloeiende plant is Echinocereus subinermis een mooie afwisseling.  De planten hebben een zwakke bedoorning, een aanwijzing dat deze planten waarschijnlijk in de schaduw groeien van struiken of dergelijke.  In cultuur zijn ze heel gemakkelijk en bloeien.  Hij wordt zelfs aangeraden voor liefhebbers die op de vensterbank kweken.  Veel van de Echinocereussen die voorkomen in het zuidwesten van de USA kunnen tegen vorst.  Wel met dien verstande dat daar de luchtvochtigheid heel wat lager is dan in ons door vocht gezegend klimaat.  De laatste jaren zijn deze “winterharde” cactussen aan een opmars bezig.  Niet te verwonderen met de stijgende kosten voor verwarming.  Het loont de moeite om dit ook te proberen, de kunst is om vocht in de lucht en grond te vermijden.  Ik denk dat ook hier een mineraal grondmengsel al een stap in de goede richting is.

Echinocereus viridiflorus is een plant die heel wat vorst kan verdragen.  Het is de meest noordelijk voorkomende Echinocereus.  Louis gaf ons de raad om bij het bestellen van zaad van winterharde cactussen steeds de locatie waarvan het zaad afkomstig is te noteren.  Niet elke cloon is even winterhard.

De hoogste Echinocereus meet ongeveer 80cm en is afkomstig van het noorden van Baja California.  In feite gaat het over twee planten nl. Echinocereus websterianus en Echinocereus grandis.  De soort websterianus komt voor op het vasteland waar daarentegen grandis slechts voorkomt op het eilanden Isla San Lorenzo, Isla San Esteban en Isla de las Aimas.  Alle planten van de regio Baja California hebben wat meer warmte nodig in de winter.  Het beeld van een Ferobergia in bloei is zeker niet alledaags.  De plant is al een zeldzaamheid en hem dan nog in bloei krijgen is voorbehouden aan specialisten zoals in dit geval Frans Schuddings waar Louis de dia kon maken.  Glandulicactus uncinatus is geen gemakkelijke plant maar Louis heeft deze op een mineraal mengsel staan en dat gaat zeer goed.  Rebutia is een geslacht dat men ten onrechte niet veel meer in de verzamelingen aantreft.  Het zijn heel gemakkelijk planten die men eenvoudig kan zaaien en meestal tijdens het tweede jaar reeds overweldigend bloeien.  Wat wil een beginnende liefhebber nog meer?  De beelden van Rebutia solisoides en Rebutia krainziana ondersteunden volledig mijn voorgaande betoog.

Ook Thelocactus kwam uitvoerig aan bod.  Het zijn stuk voor stuk prachtige planten met dito bloemen.  Louis gaf ons hier ook de raad om deze planten op een mineraal substraat te kweken.

Asclepiadaceae is het geslacht  waar Louis zijn absolute voorkeur naar uit gaat.  Ook bij dit geslacht heeft hij met succes mineraal grondmengsel geprobeerd voor de gevoelig soorten.

Ceropegia stapeliformis, een van de vertegenwoordigers van de lantaarnplantjes, heeft grote groene bloemen.  De gele vlekjes en de haartjes op de bloemblaadjes hebben tot doel de insecten te lokken.  Voor ons zijn dit echter punten die een esthetische meerwaarde aan de bloem geven.  In de volksmond wordt Edidcolea grandis het Perzische tapijt genoemd.  Maar als men het beeld van de bloem op het doek ziet dan realiseert men dat zulk een ingewikkeld patroon niet door de mens kan geëvenaard worden, gewoon subliem.  Deze soort is gevoelig en wordt door Louis op een mineraal substraat gekweekt waarop ze het zeer goed doet.  Pseudolithos eylensis is een plant die moeilijk te beschrijven is en nog veel moeilijker te kweken is.  Specks had deze planten in aanbieding waar Louis de dia gemaakt heeft maar gezien de prijs en de moeilijkheidsgraad heeft hij de plant wijselijk laten staan.  De meeste van deze planten groeien in de Hoorn van Afrika meer bepaald in Somalië.

De Carnivore planten bestaan uit een 500 soorten.  Zij groeien meestal op vochtige onvruchtbare bodems.  Zij kunnen zich er handhaven door het vangen van insecten met daarvoor speciaal uitgeruste bladeren die ook het gevangen insect zullen verteren tot voedingsstoffen die nuttig zijn voor de plant.  Carnivore planten zijn wereldwijd verspreid, sommigen komen zelfs voor op verschillende continenten.  Ook in België komen verschillende soorten in de natuur voor.  Wie kent niet de zonnedauw die op de veengronden van onze heide voorkomen.  In de serre zijn er verschillende planten die er gekweekt kunnen worden om bv de vervelende sciarra vliegjes te vangen.  Het geslacht Sarracenia heeft een wel heel afzonderlijk vangsysteem ontwikkeld.  Verschillende bladeren vormen bekers.  Deze bekers produceren enzymes voor de vertering van de prooi.  Om de prooi te lokken hebben de bekers opvallende kleuren.  Sarracenia flava heeft prachtige bekers en mooie zwavelgele bloemen.

Ik zou nog minstens enkele bladzijden meer kunnen vullen over al het mooie dat Louis ons toonde.  Maar wat nog veel belangrijker is, zijn de tips  die hij ons gaf.  Louis het was weer een prachtige voordracht heel gefundeerd en vlot gebracht.  Onze dank hiervoor.

Marc

Overzicht nabeschouwingen


Webdesign: Geert Serneels - webmaster@cactusweelde.be