Nabeschouwingen

Cactussen

19 december 2005

Eerst en vooral wil ik Robert Huyghe danken om in een kort tijdbestek de avond van mij te willen overnemen.  Tevens dank ik ook Kris die heeft rondgebeld om dit mogelijk te maken. 

De oorsprong van deze reeks was een belofte die Robert maakte om bij Lophophora een voordracht te geven.  Thuis gekomen realiseerde Robert zich dat hij geen dia’s had!  Hij had wel foto’s van zijn planten, dus is hij in gang geschoten met het selecteren van de foto’s en waarvan Robert dan dia’s gemaakt heeft. 
Het resultaat mag er zijn, de kwaliteit van de beelden was meer dan goed.  Om deze resultaten te boeken moet men het fotograferen goed onder de knie hebben!  Proficiat Robert dat heb je prachtig gedaan.

Afgaande op de beelden kan de verzameling van Robert een gemengde verzameling genoemd worden.  In de kringpost vermeldde ik in de titel alleen cactussen,
dat is niet juist want Robert heeft ook nog wel wat andere succulenten.  Dus heeft hij een gemengde verzameling waar zowat in elk jaargetijde wel iets te beleven valt.

Een van de eerste planten die Robert toonde was Astrophytum “Super Kabuto” op eigen wortel en in bloei!  Dit zijn toch planten die je maar weinig op eigen wortel ziet.  Ook een moeilijk plantje is Blossfeldia liliputana, dit zijn zeer kleine plantjes.  Om hier plezier aan te beleven wordt het toch het best geënt op een traag groeiende onderstam.  Als je zulk een plantje ent op een forse onderstam dan wordt de liliputana al snel een gigantea wat in dit geval zeker niet mooi zal ogen.
 
Een eigenaardigheid was een Chamaecereus silvestrii met een gele bloem.  Op diezelfde plant stonden ook bloemen waarvan enkele bloemblaadjes rood tussen al de gele.  Robert wist ons te vertellen dat het soms gebeurde dat op diezelfde plant volledig rode bloemen kwamen.  Een voorbeeld van hoe raadselachtig de natuur is.  Epithelantha micromeris is een ander kleinood dat zeer goed wortelecht kan gekweekt worden en zo op zijn mooist is.  De witte doorntjes omspannen het lichaam als een kanten kleedje.  Als je de kleine witroze bloempjes kan bevruchten zal het plantje zich tooien met vuurrode bessen – scherp contrast op dat witte kleedje.  Voor leken zou het beeld dat Robert ons toonde een prachtige corsage kunnen voorstellen.

Hatiora salicornoides is een epiphytisch plantje dat afkomstig is van Brazilië uit de omgeving van Rio de Janeiro.  In de winter heeft het plantje het graag wat warmer, liefst niet onder de 10ºC.  Bij mijn plant staan de bloemknopjes momenteel te pronken.  De gele bloempjes zijn klein maar geven in deze donkere dagen toch een aangename verpozing.  Ook Mammillaria longiflora is een vroege bloeier.  Rond eind februari kunnen de eerste knoppen verschijnen en de plant tooien met voor het geslacht Mammilliaria toch grote bloemen.  Mammillaria guelzowiana is zowat de Mammillaria met de grootste bloemen.  Als de karmijnrode bloemen open staan dan is van het witte doornkleed van de plant nog maar weinig te bemerken.  Mammillaria deherdtiana, genoemd naar de Gebroeders De Herdt uit Rijkevorsel, hoort ook thuis bij de grootbloeiende Mammillaria’s.  Het is een rijkelijk spruitend plantje met een mooi getekend doornpatroon.  Zeker een plant die aantrekking heeft zowel in bloei als de rest van het jaar.  Mammillaria hernandezii is een typische winterbloeier.  Robert kweekt hem op eigen wortel wat zijn schoonheid nog versterkt.  Ook Mammillaria theresae wordt door Robert op eigen wortel gekweekt.  Deze nog meer dan zijn voorganger wint hierdoor aan schoonheid.  Dit is geen pleidooi tegen enten alleen dat enten soms de schoonheid van de plant niet altijd ten goede komt.  Soms is het een noodzaak om de plant te kunnen behouden maar in heel wat gevallen is de plant mooier als hij wortelecht gekweekt wordt.  Het vraagt soms wat meer voorzorg bij het toedienen van water maar het resultaat compenseert overvloedig de inspanning.

Matucana aureiflora met zijn kanariegele bloemen is zowat het buitenbeentje bij de Matucana’s.  Daar waar alle andere planten zygomorfe bloemen hebben, hebben de soorten aureiflora en oreodoxa volledig symmetrische bloemen.  De zygomorfe bloemen worden meestal bestoven door kolibries daar waar de symmetrische bloemen zich voornamelijk richten op bijachtige bestuivers.

Notocactus is een geslacht dat zowat naar de achtergrond verdwenen is.  Volgens de beelden die Robert ons toonde ten onrechte, want de het beeld van Notocactus ottonis, met zijn zeer grote gele bloem die prijkt op een donkergroen plantenlichaam waarop witte doornen priemend naar boven schieten, was toch gewoon prachtig.  Een ander geslacht waar men momenteel niet veel van hoort of leest is Rebutia.  Volgens mij volledig ten onrechte het zijn heel gemakkelijke planten als men ze geeft wat ze verlangen.  In feite een beetje zoals de meeste cactusliefhebbers.  Als men ons geeft wat wij verlangen zijn wij ook helemaal niet moeilijk!  Alle gekheid op een stokje het beeld van Rebutia flavistyla waarbij het groenwitte lichaam verdoken zat onder de oranje bloemen was toch gewoon subliem.

Ariocarpussen zijn dan weer wat moeilijker maar ook hier geldt de regel geef de plant wat hij nodig heeft en dan komen ook aan deze planten prachtige bloemen te voorschijn.  Ariocarpus fissuratus bloeit in het late najaar met grote violette bloemen, dat was weer een beeld om bij weg te dromen.  Zeer elegant is de witte bloem van de nachtbloeiende Setiechinopsis mirabilis bovenover ruikt de bloem nog lekker ook.  Persoonlijk heb ik steeds problemen om de plant lang te houden wat ik fout doe weet ik niet.  Wie brengt mij hier raad?

Pelecyphora valdeziana wordt momenteel bij de Turbinicarpussen gerangschikt.  Deze plant is echter al in heel wat geslachten verzeild geraakt zoals, Gymnocactus, Neolloydia, Normanbokea en Thelocactus, ik hoop dat ik er geen vergeten ben, zo zie je maar “What’s in a name”!  Het is echter een kleinood van een plantje dat bloeit in de schakering van violet tot wit.

Van de andere succulenten liet Robert ons een beeld zien van Adenium obesum met de opmerking dat hij deze plant niet lang heeft kunnen houden.  In feite zijn dit helemaal geen moeilijke planten behalve dat het “kouschijters” zijn!  Ze kunnen helemaal niet tegen de kou en zeker niet als ze dan nog eens natte voeten hebben.  Dus in de winter warm en dan kunnen ze wel wat vocht verdragen.  En daar het bladdragende planten zijn verdampen ze veel vocht dus kunnen ze tijdens hun groeiperiode in de zomer ook wel wat vocht verdragen.  Als je deze regels in acht neemt zijn het helemaal geen moeilijke planten.  Volgens zijn vriend Eric Piens, specialist in het geslacht Aeonium, zou Aeonium nobilis niet, of bijna niet uit bladstek voort te kweken zijn.  Het zou een plant zijn die slechts door zaaien te vermenigvuldigen is.  Robert heeft echter door bladstek die genomen is in juni deze bijzondere plant kunnen vermeerderen.  Hij heeft hier wel bijna een jaar geduld voor moeten oefenen maar het is hem gelukt.  Om de puntjes op de i te zetten is het niet alleen Eric Piens die dit beweert maar in alle literatuur wordt dezelfde stelling verdedigd.  Aloe erinacea is een prachtige verschijning die zijn natuurlijke standplaats heeft in Namibië.  De plant groeit zeer traag en is klein (een exceptionele verschijning).  Bij Aloe peglerae worden de bladeren maximaal 250 mm lang maar doordat zij opwaarts gebogen zijn is de doormeter van rozet relatief klein te noemen.  De korte bloeistengel met rode bloemen steekt als een vurige toorts boven de plant uit.  In de natuur groeien deze planten in de Magaliesberg ten oosten van de Gauteng provincie in Zuid-Afrika.  Ook van de ultrasucculenten toonde Robert ons vertegenwoordigers uit het geslacht Lithops en Conophytum.

Robert het was een mooie en aangename voordracht.  Het was goed om nog eens oude bekende op het witte doek te zien, nostalgie naar vervlogen tijden.  Wij danken U nogmaals voor de hulp.

                                                                                               Marc

Overzicht nabeschouwingen


Webdesign: Geert Serneels - webmaster@cactusweelde.be