Nabeschouwingen
Conophytum's
19 september 2005
Wijlen Eric Jacobs was een fervente liefhebber van het geslacht Conophytum.Het is dus niet verwonderlijk dat zijn zoon Tom Jacobs een gepassioneerde liefhebber is van Conophytum. Bij wijze van spreken heeft Tom alle geheimen van deze planten met de papfles meegekregen. Ook de groeigebieden van de Conophytums zijn hem goed bekend. Met deze ervaring en het jarenlang verzorgen en kweken van deze planten hadden wij een unieke kans om meer te leren over deze planten. Conophytum hoort thuis in het grote geslacht der Aizoaceae of middagbloemen. Deze laatste benaming moet ruim genomen worden want bij de Conophytums zijn er verschillende secties met nachtbloeiers.
Hun natuurlijke groeiplaats is westelijk Zuid Afrika meer bepaald vanaf de Karoo langs gans de westkust tot in Namibië. Het groeiseizoen van deze planten start ten vroegste voor sommige soorten laat in de zomer maar voor de meeste in de herfst en winter, het zijn dus korte dag planten. In de streken waar Conophytums groeien valt weinig, of zelfs op sommige plaatsen geen regen. In de zuidelijke regio’s valt er relatief meer regen dan in het noorden van het groeigebied. Het woord relatief is letterlijk te nemen want in sommige gebieden valt er soms in jaren geen druppel water! Hoe geraken de planten dan aan vocht? Uit het zuiden (zuidpool) komt de koude Benguela golfstroom die zich ter hoogte van het westelijk deel van Zuid Afrika vermengt met warmer water. Dit heeft nevelvorming tot gevolg.
Deze nevel gaat tot zeker 60 km landinwaarts waar hij voor het levensnoodzakelijke vocht zorgt. Met een prachtige dia toonde Tom ons hoe de nevel over de heuvels landinwaarts trekt om de planten en de natuur van het levensnoodzakelijk vocht te voorzien.
Tom omschreef de Conophytums als het summum van besparing. De plant bestaat uit één bladpaar dat samengegroeid is en wel zo dat het een bijna bolvorm heeft. Uit onze lessen geometrie weten wij dat de bol de meetkundige figuur is dat de grootste inhoud heeft met de kleinste oppervlakte. Dus van alle mogelijke figuren kan een bol het meeste water bevatten en heeft bovendien het kleinste
verdampingsoppervlak. Deze stelling geldt ook voor vele van onze cactussen.
Uitzondering bij de Conophytums zijn de bilobe vormen waar de bladparen ook vergroeid zijn maar ze zichtbaar zijn. De planten groeien tussen kwarts, in korstmossen, in rotsspleten etc. , dus overal waar vocht zich kan verzamelen en er toch wat voeding aanwezig is. Conophytums hebben geen uitgebreid wortelgestel, hoofdzakelijk dienen de wortels ter verankering van de plant.
Als dusdanig zijn diepe potten helemaal uit den boze. Qua grondmengsel gebruikt Tom 2 à 3 delen potgrond, 1 deel rulle klei, 1 deel kwarts, 1 deel grind en 1 deel lava of bimskies. Het voornaamste is dat het mengsel doorlatend is. Daar het kleine planten zijn met een licht wortelgestel is bijmesten helemaal niet nodig.
Tom doet die alleen voor planten die heel lang, 10 jaar, niet verplant zijn en dan nog maar een zeer lichte dosis. Bij gul gebruik van meststof zullen de planten veel te sterk groeien en letterlijk barsten van overvloed. Zulke planten zijn dan zeker een kort leven beschoren. Wat de planten zeker nodig hebben is veel ventilatie. n de natuur is er steeds wind en worden de planten door deze luchtverplaatsing continue gekoeld. Dit is een principe dat voor al onze planten geldt maar cactussen zijn iets toleranter dan de hoogsucculente mesems. Bij onvoldoende ventilatie zullen zij al snel koken en zijn de planten op minder dan een dag weg. Dus plaats zeker extra ventilatie. De watergift start als de eerste tekenen van leven te zien zijn. Liefst hebben zij dan een flinke gietbeurt langs onder om de groei te stimuleren zodat de planten snel door het omhullende vlies van de oude bladparen kan doorbreken. Het stimulerend gieten doet Tom meestal twee maal waarna de watergift meestal via nevelen gebeurt. Afhankelijk van de soorten wordt er water gegeven van juni-juli (slechts enkele soorten), de meeste soorten krijgen water vanaf augustus t.e.m oktober iets minder in november en december en verder nog iets minder in de maanden januari, februari om te eindigen in maart.
Planten die vroeg in het groeiseizoen starten zullen ook vroeger terug in rust willen gaan en daar wordt de watergift vroeger gestopt. Zoals ik reeds dikwijls geschreven heb hangt veel af van uw locale condities en is observatie van uw planten de beste leermeester.
Conophytum roodiae ssp. corrugatum, met heel duidelijk de korstmossen.
Planten zoeken in de natuur kan je niet vanuit staande positie. Volgens Tom is de beste manier om op de buik of knieën de plekken systematisch af te speuren.
Met dien verstande dat men al indictie moet hebben dat er daar planten groeien. Het zou een ondoenlijke zaak zijn om zo maar naar Conophytums te gaan zoeken. Je zal er zeker vinden maar niet in overvloed.
Conophytum bilobum Namaqualand, Umdaus
De planten groeien meestal op stenige heuvels of vlaktes, zoals b.v.
de Knersvlakte. En zoals wij reeds verschillende malen hoorden van globetrotters in Mexico of ander bestemmingen groeien heel wat soorten stilaan van de ene naar de andere soort over. Volgens Tom is dit bij Conophytum zeer uitgesproken,
vandaar dat het in de verzameling heel belangrijk is om de vindplaats te noteren bij de planten. Als de plant gaat bloeien dan wordt de bloem door het epidermis
gedrukt zelfs zo dat dit soms scheurt. Een gelijkaardig fenomeen kan men ook constateren bij Echinocereus. De planten kunnen onderverdeeld worden,
in dag - en nachtbloeiers. Deze die tijdens de dag bloeien trekken insecten aan door hun bloemkleur en vorm. De nachtbloeiers daarentegen hebben veel kleinere bloemblaadjes die meestal wit zijn maar hebben een uitgesproken geur om de
bestuivers te lokken. Zoals bij de meeste Mesems is de zaaddoos hygroscopisch. Dus als ze vochtig wordt dan opent deze zich en kan het zaad vrij komen.
In vergelijking met andere Mesems zijn de vruchten van Conophytum heel eenvoudig van constructie.
Zoals Tom het zo goed samenvatte zijn de Conophytums in alles de eenvoud zelf.
Wij kregen prachtige beelden uit de natuur, mooie opnamen van cultuurplanten en dit allemaal overgoten met een zeer goede uitleg van een expert terzake die ons zeer duidelijk en eenvoudig de knepen vertelde. Wij danken Tom voor de mooie avond.
Marc