Nabeschouwingen
Hawortha
22 augustus 2005
Het was van augustus 1994 geleden dat wij Cok Grootscholten bij ons hadden met een voordracht over Haworthia. Het leek ons opportuun om dit geslacht eens terug in de schijnwerper te plaatsen. Vandaar dat wij Martien Senders gevraagd hadden om zijn voordracht over Haworthia te brengen. In de jaren ’50 en ’60 verschenen over dit geslacht regelmatig artikels in de tijdschriften. In Succulenta schreef A.J.A. Uitewaal regelmatig over dit geslacht. Als ik mij goed herinner was toen een verzameling niet kompleet zonder Haworthia. Zoals met alles zijn er trends en kwamen er nieuwigheden waardoor dan weer gevestigde waarden naar de achtergrond verdwijnen. De laatste jaren is er een kentering en is er terug meer interesse voor Haworthia’s. De planten zijn reeds sinds omstreeks 1700 bekend maar werden toen door Salm-Dyck in het geslacht Aloë ondergebracht. Veel later, in 1809, beschreef Duval het geslacht Haworthia ter ere van Adrian Haworth. Sindsdien is er veel water naar de zee gevloeid en hebben “splitters” en “lumpers” hun werk gedaan. In zijn boek “Haworthia and Astroloba”voert John Pilbeam 400 soorten en subspecies. Bruce Bayer brengt in zijn boek “Haworthia Revisited” dit aantal terug tot 40! Maar schijnbaar is hij van dit drastisch standpunt aan het afwijken en voert hij terug subspecie toe. Met alle respect voor Bruce Bayer blijft Martien de classificatie volgen uit het boek van John Pilbeam. Voor de pauze werd aan de hand van mooie beelden de classificatie uit de doeken gedaan. Dit is meestal een droge materie maar het werd door Martien heel prettig naar voren gebracht. Aansluitend werd de cultuur besproken en daar heb ik van Martien een tekst ontvangen die ik U niet wil onthouden.Er zijn veel misverstanden over de cultuur van “schaduwminnende” Haworthia’s.
Gevaar voor teveel licht bestaat in ons land niet tijdens de herfst en de wintermaanden. In de winter zou men zelfs beter nog extra licht kunnen geven. Vooral tijdens donkere dagen zou 6 tot 8 uur kunstlicht optimaal zijn. Temeer omdat er bij Haworthia’s ook een aantal wintergroeiers zijn. Ondanks dit zijn Haworthia’s uitermate geschikt voor cultuur op een vensterbank aan de noordzijde, waar door hun beperkte grootte een mooie verzameling is aan te leggen.
Niet het sterke zonlicht in de zomer beschadigt de planten, maar vooral de hitte en te weinig frisse lucht. Op warme dagen is een ventilator zeer gewenst, maar indien men de mogelijkheid heeft zou het nog beter zijn om de planten buiten te zetten op een regenvrije plaats. Van mei tot oktober is dit ideaal en de planten zullen er zeker dankbaar voor zijn.
Haworthia’s hebben twee groeiperioden. De eerste van mei tot eind juni. Van juli tot half augustus is de zomerpauze en dan begint het hoofdgroeiseizoen tot einde oktober. De planten uit de Loratae groep en met name de sectie fusiformes zijn uitgesproken wintergroeiers en beginnen hun hoofdgroeiseizoen pas in oktober tot einde mei. (Haw. blackburniae, graminifolia en wittebergensis.)
Tijdens het groeiseizoen krijgen de planten normaal water zoals andere succulenten. In de overige tijd wekelijks nevelen om teveel inschrompelen van de bladeren te voorkomen. De wintergroeiers worden alleen geneveld en krijgen alleen op zonnige dagen een klein beetje water in het substraat.
Om mooie compact groeiende Haworthia’s te krijgen moet men zeker niet bemesten. Beter is het de planten iedere 2 jaar in vers substraat om te potten. Alle soorten substraat zijn geschikt als dit maar doorlatend is en licht zuur ( PH 5-6).
De beste tijd voor het ompotten is aan het begin van het eerste groeiseizoen, begin mei. Belangrijk is om alle oude aarde en de afgestorven wortels weg te halen, daarna de planten enkele dagen laten liggen en dan pas oppotten in licht vochtig substraat.
De eerste weken na het oppotten de planten niet in de volle zon plaatsen.
Vermeerderen kan door het afnemen van spruiten, bladstek en soms wortelstek, en door zaaien. Indien men zaad heeft dan dit zo vers mogelijk zaaien bij een temperatuur die niet boven de 20 graden C mag komen. Ideaal is een zaaitemperatuur van 16 tot 18 graden. Indien men zelf zaad wil oogsten moet men de bloemen meerdere keren per dag bestuiven.
Hawortiah’s zijn bijna op alle plaatsen in de zon en schaduw te kweken, alleen teveel hitte, te weinig frisse lucht en teveel vocht verdragen ze niet.
Tot hier de goede cultuur beschrijving die ik van Martien Senders kreeg.
Het deel waar Martien de planten in hun natuurlijke biotoop toonde was prachtig en niet beperkt tot Haworthia. Het was een zeer mooie en leerrijke voordracht waar wij allen weer wat van opgestoken hebben. Wij hopen om in de toekomst Martien nogmaals te gast te mogen hebben.
Marc.