Nabeschouwingen
Zuid Afrika - Richtersveld
18 april 2005
In zijn reeks tussen Kunene en Kaapstad bracht Frank Hoste ons deze maand naar een heel apart deel van Zuid-Afrika nl. Richtersveld. Richtersveld is het noordwestelijk deel van Namaqualand. Het grenst in het westen aan de Atlantiche oceaan en in het noorden aan Namibie waar de Oranje rivier voor een groot deel de grens vormt. In het noordwestelijke deel van Richtersveld ligt het “Richtersveld National Park”. Het westen en het zuiden worden begrensd door de bergen van Gariep , VanderSterr en Rosyntjiesberg. Het is een onherbergzaam gebied met een droog en extreem klimaat dat ligt in het winter regengebied. Het “Richtersveld National Park” en het “Ai-Ais natuurreservaat in Namibië vormt in feite één natuurlijk gebied van extreme en wilde schoonheid. Het heeft een zeer aparte en typische succulente vegetatie. Maar als het er regent dan groeien er plots heel wat andere planten die tijdens de droge periode latent aanwezig zijn als zaad of ondergrondse bollen of knollen. Dat regen deze ogenschijnlijke woestenij tot een spetterende bloemenzee kan omtoveren toonde Frank ons aan de hand van prachtige dia’s. Frank maakte de Richtersveld trip onder de leiding van Graham Williamson die deze streek kent als geen ander. Hij heeft, buiten andere boeken, het boek geschreven “Richtersveld, The Enchanted Wilderness”. Het is een prachtig boek dat je moet lezen als je er de kans toe hebt. Als je het geluk hebt om onder de leiding van zulk een expert te reizen dan zie je veel meer en geniet je dubbel.Daar Graham Williamson vroeger als tandarts verbonden was aan de “Consolidated Diamond Mines” had hij toegang tot het “Sperrgebiet” en weet hij ook wat daar groeit. Het gezelschap had toelating gekregen om dit gebied binnen te rijden maar men moest in de wagens blijven zodat er niet echt kon gefotografeerd worden. Als ik alle planten moest vermelden die Frank ons toonde, dan zou ik met deze kringpost niet toe komen. Ik ga toch diegene vermelden die de meeste indruk op mij maakten.
Schwantesii herrei is een hoogsucculent die in spleten van zandsteen groeit. Tevens groeit daar ook Juttadinteria albata, een endemische plant met hoogsucculente bladeren die tot 90 mm lang worden. In centraal en noordelijk Richtersveld komt de dollarplant of Zygophyllum prismatocarpum voor. Om verdamping te minimaliseren draait deze plant zijn op muntstukken lijkende bladeren met de smalle kant naar de zon. En wij hebben altijd gedacht dat alleen wij ingenieus waren!
De dia van de bloem van Tridentea pachyrrhiza was als kunstig kantwerk niet wit maar met donkere hoofdkleuren en een lichtere kanttekening. Nabij de Oranje rivier werd de eerste Euphorbia ramiglans gevonden. Deze planten hebben prachtige bloemen met een witte kroon die sterk afsteekt tegen de donkergroene plant. Fenestraria moet in onze contreien met zijn bladeren boven de grond maar Frank toonde ons waarvoor de vensters bovenaan het blad dienen. De plant gaat volledig schuil onder de grond, slechts het topje van het blad steekt boven zodat door het venstertje het licht kan binnenvallen in de plant. Waar bij de gewone planten de fotosynthese door het bladgroen aan de buitenzijde plaats vindt, gebeurt dit bij hoogsucculente planten door het binnenvallende licht aan de binnenzijde van de plant. Een andere hoogsucculente plant, Lithops herrei, groeit op een heuvel in ogenschijnlijk zuivere kwarts. Het was moeilijk om niet op de planten te staan want de site was ervan bezaaid. Sarcocaulon multifidum is een kleine doornloze struik die in zeer harde omstandigheden groeit tussen rotsspleten of zuiver kwartszand in de volle zon. De bloemen variëren van donker roze tot rood. Een prachtig voorbeeld van aanpassing konden wij zien op een beeld van Conophytum saxetanum, een groepje dat in een rotsspleet groeide. De ene zijde kreeg zon en was roodbruin van kleur, daarentegen was het deel dat geen zon kreeg frisgroen. Een rotsspleet waarin Haworthia venosa ssp tesselata netjes op een rij groeide vormde een prachtig beeld, en wij maar moeilijk doen over verschillende potten en grondmengsels!
Aloe gariepensis groeit enkelvoudig op een stam tot ongeveer 1m hoog. In de droge periode loopt hij rood aan en krullen de bladeren naar binnen om de verdamping te beperken. Aloe ramosissima is daarentegen een vertakte struik die tot 2 m hoog wordt. Hij komt verspreid voor over de ganse area. Aloe ramosissima en dichotoma zijn soms moeilijk uit elkaar te houden. Een kleine vertakte dichotoma lijkt helemaal op ramosissima, zelfs tussen de bloemen schijnt moeilijk verschil te ontdekken. Aloe pillansii is een bedreigde soort. Sinds een tiental jaren is de populatie er sterk op achteruit gegaan. Het is een grote en slanke plant die tot 10 m hoog kan worden en zijn stam kan tot 1 m in diameter bedragen. Frank en het gezelschap vonden op Cornellskop slechts 1 jonge plant. Er zouden 2 staan maar de tweede werd niet gevonden. Een oorzaak zou de vraatzucht van de geiten kunnen zijn maar dat staat niet vast. Frank toonde ons de restanten van vergane glorie van enkele enorme pillansii’s. Boven op de Hellshoogte kleurde de heuvel rood van Aloe pearsonii, door de droogte zijn de duizenden planten roodbruin verkleurd. Als men de heuvel verlaat worden er geen pearsonii’s meer gevonden. De vraag rijst dan waarom juist daar en niet op de andere heuvels? Speling van de natuur of heeft de grondsamenstelling er iets mee te maken? Er zijn dus nog heel wat vragen die wachten op onderzoek voor een oplossing.
De halfmens, zoals de lokale bevolking Pachypodium namaquanum noemt staat imposant steeds naar het noorden te kijken. Daar in het zuidelijk halfrond de zon in het noorden staat, richt deze plant zich steeds naar het noorden. Van op een afstand lijkt hij op een menselijke figuur vandaar ook zijn lokale naam. Deze planten bereiken een hoogte van meer dan 2 m en soms geeft hij zijtakken waardoor het nog meer op een menselijke verschijning gaat lijken. Met de beelden van Frank zijn kroonjuweel nl Euphorbia multiceps sloot hij zijn zeer geslaagde voordracht, wij kijken weeral uit naar een vervolg.
Marc