Nabeschouwingen

Evolutie en sex bij cactussen

21 maart 2005

Wij hadden eens voor een gans andere benadering naar onze cactussen gekozen en hadden Robert Fonteyne uitgenodigd met zijn voordracht zoals in de titel vermeld. Robert is reeds vele jaren bezig met het kruisen van cactussen. Een hobby dat door vele liefhebbers soms nogal eens als minderwaardig wordt bestempeld maar dat is zeker niet zo. Waar zouden wij staan in de tuin als niet die begeesterde en volhardende tuiniers en liefhebbers geen rozen of Azalea’s gekruist hadden. Persoonlijk vind ik het een deel van onze hobby onder voorwaarde dat het gecontroleerd gebeurt. Het mag niet zijn dat men planten gaat kruisen en die dan onder de naam van één van de ouders gaat verspreiden. Dit zou tot een algehele kakofonie leiden waar geen enkele liefhebber mee gediend is. Een zeer belangrijk onderdeel van onze hobby zijn de botanische soorten die allen soortecht mogen verspreid worden. Zo is er ook de regel als men planten kruist er zorgvuldig de beide ouders moeten genoteerd worden. Bij botanische soorten is de naam steeds in het Latijn. De naamgeving van hybriden is vrij met dien verstande dat de familienaam de naam is van de overheersende plant of een samentrekking van de familienamen van beide ouders zoals b.v. Trichoechinopsis een kruising is van een Trichocereus met een Echinopsis. De tweede naam wordt aan de fantasie van de kruiser overgelaten en daar komen dan veelal namen voor die betrekking hebben op de eigenschap van de bloem of gewoon een naam van geliefde of van iemand die men letterlijk in de bloemen wil zetten.
Robert heeft de hybridisatie vanuit het oogpunt van de evolutie bekeken. Onze moeder Aarde is zowat 4.500 milj. jaar oud. De eerste periode heeft de poëtische naam van “Archaicum” gekregen. Dit komt van het Grieks “arché” of oorsprong van een primitieve ontwikkeling. Deze periode van woeste ontwikkeling van onze aarde wordt rustiger tijdens het primaire tijdperk waar het eerste leven tot ontwikkeling komt van ééncelligen tot en met enorme vegetatie die wel 20 m hoog was tijdens het carboon tijdperk. Tijdens het secundair tijdperk (Trias, jura en krijt) ontstaan de eerste naaktzadige waartoe o.a. de dennen, cypressen en ceders behoren. Uit deze periode kennen wij nog een overblijver nl. Cycas revoluta, ook Cycaspalm of palmvaren genoemd. Deze planten komen in China en Japan nog in het wild voor. Zowat op het einde van deze periode of in het begin van het tertiair is er iets zeer ingrijpend met onze aarde gebeurd. Sommige wetenschappers denken aan een botsing met een meteoriet waardoor de grote reptielen uitgestorven zijn. De moderne wetenschappers spreken echter meer en meer over een uitbarsting van een supervulkaan die zoveel stof en as in de dampkring gebracht heeft dat de zonnestralen de aarde niet meer kon bereiken waardoor bijna al het leven uitgestorven was. Recent heeft de zender “National Geographic” nog een uitzending gewijd aan dit fenomeen. De wetenschappers die hieraan meewerkten beweerden dat men in de toekomst nog zo een uitbarsting verwacht met een heel verwoestend effect. Als deze zou uitbarsten, en deze veronderstelling is niet fictief, in het Yellowstone National Park dan zou gans Noord-Amerika bedreigd zijn. Wij zullen dit maar laten rusten want anders komt ook onze gemoedsrust in het gedrang. Tijdens de secundaire periode is ook de scheiding van de werelddelen voltrokken. Onze cactussen zijn dus tot ontwikkeling gekomen nadat de werelddelen gescheiden waren. Dit verklaart waarom cactussen allen in het Amerikaanse werelddeel voorkomen. Tijdens het tertiair ontstaan de eerste bedektzadigen met bloemen en vruchten. De oudste groep zijn de dicotyledons of tweekiembladigen waartoe ook onze cactussen behoren. De eerste cactussen moeten er uit gezien hebben zoals de huidige Pereskia. Deze plant heeft nog bladeren maar heeft aureolen en doornen dus alle kenmerken van een cactus. De monocotyledons of eenkiembladigen zijn maar eerst tot ontwikkeling gekomen in de kwartair periode. Bij de monocotyledons behoren o.a. de Agaven, Aloë, Dracanea e.a.
De soorten zijn ontstaan door mutatie, hybridisatie maar voornamelijk door selectie. De natuurlijke selectie kan heel wat vormen aannemen. Dit kan door wijziging van het klimaat, voorkeur van insecten of meer algemeen bevruchters, voor een bepaalde bloemkleur of geur. Hierdoor worden dan sommige planten wel of niet bevrucht. Deze die niet of minder frequent bevrucht worden zijn tot uitsterven gedoemd. De natuurlijke selectie is de voornaamste oorzaak van het ontstaan van de soorten.
Wat de mens doet door het hybridiseren heeft niets te maken met evolutie maar, en dit is dan mijn persoonlijke mening, ze zou deze wel eens in de war kunnen sturen of in een bepaalde richting kunnen forceren. Wat daar de gevolgen van zijn of kunnen zijn kan gesimuleerd worden alhoewel er zijn hier zoveel variabelen in het spel dat dit wel eens een heel onoverzichtelijk Archaicum als gevolg zou kunnen hebben. Dit laatste is natuurlijk zuiver hypothetisch hersenspinsel van mij en op geen enkele wetenschappelijke basis gesteund noch getoetst.
Robert toonde ons mooie dia’s van internationale hybriden maar de knapste vond ik toch de hybriden die hij zelf gecreëerd heeft. Hiervoor heb je plaats nodig om de zaailingen te plaatsen want men kan ze slechts beoordelen nadat ze voor het eerst gebloeid hebben. Bovenover moet men geduld hebben maar als er dan uit een zaaisel enkele planten bij zijn die zeer goede eigenschappen hebben dan wordt dit geduld beloond. Wij danken Robert voor de mooie voordracht en de andere kijk op onze hobby.

Marc

Overzicht nabeschouwingen


Webdesign: Geert Serneels - webmaster@cactusweelde.be