Nabeschouwingen

Tussen Astrophytum, Coryphantha en Stapelia

17 januari 2005

De eerste 2 thema’s zouden hem misschien niet direct ontmaskerd hebben, maar met het laatste thema wordt hij ontegensprekelijk verbonden in de steeds schaarser wordende gemeenschap van cactus- en succulentenliefhebbers. Wie echter Louis Van De Meutter een beetje kent, weet dat hij een gepassioneerde natuur- en plantenliefhebber is en dat hij als geen ander al die geheimen van de natuur wil ontdekken, bestuderen en begrijpen. En dan is het zo gek nog niet om de Astrophytums er even bij te sleuren want Sadovsky had al lang ontdekt dat Astrophytum een dankbaar cactusgeslacht is om o.a. evolutieleer -en andere aspecten zoals hybridisatie- bij cactussen te gaan bekijken. De groep van de Astrophytums telt maar 11 soorten en er zijn in de natuur geen hybriden van bekend. Dus leveren deze planten eersteklas studiemateriaal op. Het zuidelijkste punt waar de Astrophytums voorkomen ligt 100 km ten noorden van Mexico-city. Het noordelijkste verspreidingsgebied is de omgeving van Quatrocienegas in Coahuila. De afstand tussen deze beide punten bedraagt circa 1000km wat overeenkomt met de afstand tussen Bonn en Rome. Astrophytum asterias is hierbij het buitenbeentje want hij komt ook voor in Texas terwijl de rest alleen te vinden is in Mexico.
De “ witte vlokjes “ die zo uniek zijn voor dit plantengeslacht hebben vooral een beschermende functie (tegen zon en koude) maar zijn ook in staat om vocht op te nemen. Wat velen van ons misschien niet wisten is dat deze “vlokjes” ons heel wat kunnen vertellen over de evolutietheorie van deze cactussen. Bij de vier hoofdtypes bestaan nog dichtbevlokte soorten en deze zijn bijgevolg ontwikkelingshistorisch het oudst. De weinig bevlokte soorten en nuda-vormen worden beschouwd als een jonger stadium binnen deze evolutie. Men veronderstelt dat bepaalde soorten vroeger voorkwamen in nog drogere gebieden dan tegenwoordig het geval is. In het kader van deze ontwikkeling bij de Astrophytums wordt de terugloop van de bevlokking aanzien als een eerste fase in dit proces. Dit los laten van de vlokjes is als eerste fase bijna voelbaar bij myriostigma’s uit de omgeving van Jaumave. De wolvlokjes laten bij deze standplaatsvorm gemakkelijk los! Daarom wordt hij door sommigen als een aparte soort beschouwd .
Aan de structuur van de bevlokking toont Louis ons duidelijk dat Astrophytum coahuilense niet verwant is aan A. myriostigma, wat velen nochtans zullen verwachten. Zijn status van zelfstandigheid werd hierbij kracht bijgezet. Onze spreker vond het ook jammer dat men –voor wat betreft de typeplant van myriostigma –niet uitgegaan is van de “oervormen”. Voor hem had men bij de beschrijving van deze soort de “tulense “ en “columnare” als uitgangsbasis moeten nemen (dus niet de potosina want dit is een later stadium in de ontwikkeling). Deze eerder genoemde tulense en columnare komen trouwens midden uit het verspreidingsgebied. Interessant zijn de beelden van een zuiver nudale vorm uit de omgeving van Matehuela die als “fa fjordherst “ door het leven gaat. Het strekt onze gast van vanavond tot eer dat hij geen enkel moeilijk thema uit de weg gaat. Nauwkeurig worden de verschillen tussen capricorne “major” en “minor” uit de doeken gedaan. De naam crassispinum doet me nog meer op de punt van mijn stoel belanden want deze boeiende “beauty” met een sterk verhaal spreekt me persoonlijk erg aan. Ik heb niets tegen diverse nieuwe hybriden (want ik heb er zelf ook wel enkele) maar deze crassispinum is een fantastische plant die echter nog teveel ontbreekt in diverse verzamelingen. En dat is toch wel een beetje oneerbiedwaardig! Toen we vorig jaar op reis waren met de vereniging werd er nogal achteloos aan voorbij gegaan. Onbekend is onbemind, en misschien is van deze oude knar wel niet al te veel soortecht materiaal meer verspreid? De laatste importen werden namelijk vernield in de wereldoorlog van 1945. Vanavond kreeg hij echter wel de aandacht die hij verdient. Er werd nog zoveel interessants verteld…..hoe herken ik een “niveum”,de asterias wordt nooit echt oud, het castreren van bloemen (jawel!) enz…..Net zoals Louis –die in tijdsnood kwam - kom ik hier ruimte te kort om al deze wetenswaardigheden te melden. De hybridisatie was ook een te volgen onderdeel maar toen diende hij de motor al in “overdrive” te plaatsen. Merkwaardig om te onthouden was dat kruisingen tussen coahuilense en tulense en ook tussen asterias en tulense nooit lukken!
Tot slot nog even resumeren wat de belangrijkste evoluties zijn binnen dit cactusgeslacht.
De bloemen worden alsmaar groter maar de rode keel die kenmerkend is voor sommige Astrophytum-bloemen zal geheel verdwijnen. De planten worden echter vlugger groot en bloeirijp en leveren daarbij ook meer zaden. De bevlokking zal verder onderdrukt worden . Binnen enkele miljoenen jaren hebben de planten geen vlokjes meer. De planten zullen kleiner blijven (dwergen).
Daarna kwamen de Coryphantha’s aan bod. Volgens de nieuwe inzichten (zie onderverdeling van het geslacht Coryphantha door Dicht & Luthy-2003, in boekvorm aanwezig in onze bibliotheek) blijven er een pak minder over. Maar toch waren ze nog met teveel. De spreker van dienst was genoodzaakt om er eerder een fotovoorstelling van te maken. Ook al bleek Louis hier ook weer met kennis van zaken te spreken, de tijd tikte genadeloos weg en spijtig genoeg diende de lezing te worden ingekort. De pauze eiste ook haar bestaansrecht op.
Na de pauze passeerden eerst nog enkele mooie carnivoren de revue. De Sarracenia’s waren bovendien ook nog winterhard. Maar onvermijdelijk werd de avond afgesloten met schitterende beelden van Stapelia-achtigen. Tegenwoordig kweekt Louis deze planten in een mengsel van 2 vulkanische materialen namelijk bims en zeolith (beiden verkrijgbaar bij Dockx in Mechelen). Zeolith is mineraal gesteente dat vooral wordt gebruikt omdat het een ionenwisselaar is (in de vijverwereld is dit materiaal vrij courant). De humus wordt ook bij deze categorie van planten steeds meer en meer geweerd en dit tot grote tevredenheid van de spreker van dienst.
Sprakeloos zijn we als Louis ons bijna op het einde nog laat kennis maken met een zeer bijzondere plant. Het gaat om de zeer zeldzame “Pseudopectinaria malum “
Wat een afsluiter!

Terwijl eerstdaags” witte vlokjes” verwacht worden die uit de hemel neerdwarrelen, waren de “vlokjes” van vanavond toch ook niet te versmaden! En het boeketje van de maand samengesteld uit o.a Huernia’s en andere Orbea’s stond garant voor een bloemrijke finale.
Met dank aan Louis Van De Meutter.

Kris

Overzicht nabeschouwingen


Webdesign: Geert Serneels - webmaster@cactusweelde.be