Nabeschouwingen
Chili
20 december 2004
Chili was het land dat Domin in november 2003 voor de tweede maal bezocht. De reis werd gemaakt samen met zijn echtgenote Angèle, Elza en Wim Van de Vel. Sinds zijn eerste reis was er veel veranderd. Niettemin is het een land dat Domin boeit door zijn geografie maar voornamelijk door de planten die er groeien. De geslachten Eriosyce en Copiapoa liggen hem nauw aan het hart. Voornamelijk het geslacht Eriosyce heeft zijn eerste voorkeur. Domin stelt wel dat hij dit geslacht volgt zoals Ritter het beschrijft in zijn “Band 3” van zijn levenswerk “Kakteen in Südamerika”. Hij distantieert zich uitdrukkelijk van de benadering door Fred Katterman in zijn werk “Eriosyce”. Deze auteur, samen met nog andere grote namen in de botanische wereld, hebben alle oude geslachten zoals o.a. Neoprteria, Thelocephala – Neochilenea, Horridocactus, Pyrrhocactus etc. bij Eriosyce ondergebracht. Het is zowat een monstergeslacht geworden van zulke diverse planten dat wij liefhebbers hier toch zwaar mee in de knoop zitten. Wij laten dit voor wat het is en volgen de wijze woorden van Domin.Chili ligt in het zuidelijke deel van Zuid-Amerika, het grenst in het noorden aan Peru, in het oosten aan Bolivia en Argentinië en in het westen aan de Stille Oceaan. Het heeft een kustlijn van zomaar even 6.435 km. De oppervlakte is 756.626 km² en met 14.225.000 inwoners maakt dat 19 inwoners per km². Als wij even vergelijken in België hebben wij 333 inwoners per km²! Het klimaat van Chili is dan ook veel minder mensvriendelijk dan dat van ons gezegend landje. Een zeer groot deel van Chili is woestijn, bijna gans het jaar zonneschijn en nagenoeg geen regen. Er zullen er nu zeker onder U zijn die denken dat ik een slag van de molen gehad heb, want hoe kan dat nu slecht zijn – veel zon en geen regen. Als verlof zou het mooi zijn, maar als je de beelden ziet en bedenkt dat er maar weinig groeit op sommige plaatsen is het zelfs te droog voor cactussen! Dus wij zullen maar niet klagen.
Daar waar helemaal geen water komt kan er ook niets groeien. Wij waren dan ook nieuwsgierig van waar het water komt om de cactussen en andere voorkomende planten te laten groeien. Langsheen de kust stroomt de relatief koude Humbolt stroom van zuid naar noord. Het is deze zeestroming die verantwoordelijk is voor zeer stabiele lucht waar geen neerslag uit valt. Maar door het koelend effect van de stroming met de warmere lucht ontstaat er nevel die onder de morgen tot diep landinwaarts trekt. Op sommige plaatsen wordt uit deze horizontale regen water gewonnen. Domin liet ons beelden zien van palen waartussen verticaal zeilen gespannen waren. De mist slaat neer op deze zeilen en druppelt naar onder in een goot. Als dusdanig kan er per nacht en per scherm 350 l water gewonnen worden. Ogenschijnlijk dor en droog maar tot 40 km landinwaarts of zelfs verder afhankelijk van de natuurlijk barrières komt er dus water in de vorm van mist.
Van noord naar zuid loopt er één grote autostrade nl. de “Pan-Americana”. Voor het overige zijn het allemaal stofferige pistes.
Denk nu niet dat het onwezenlijk is. Integendeel, Domin vertelde ons dat door de zeer droge lucht een temperatuur van rond de 40ºC zeer goed te verdragen is. Alle zweet verdampt direct. Men heeft ook helemaal geen plakkend gevoel zoals men op dezelfde breedtegraad heeft in Brazilië, waar als de temperatuur 32ºC is, men zich heel onbehagelijk voelt door de hoge luchtvochtigheid.
De plantengroei van de bezochte streken is heel variabel en men moet goed weten waar er planten te vinden zijn. Volgens Domin geeft Ritter in zijn boek heel nauwkeurig op waar bepaalde planten groeien. Eriosyce groeit voornamelijk op hellingen waar grote rotsblokken liggen en dan nog voornamelijk op de toppen van de heuvels of bergen. Hellingen zijn soms tot bijna 45º, en als er op die hellingen dan nog fijne rolkiezel ligt, is het zeker geen sinecure om naar boven te klauteren. Als er dan planten staan, is dat snel vergeten maar als er niets staat dan… Maar Domin heeft ons prachtige planten kunnen tonen. De ene al mooier bedoornd dan de andere. Alle Eiosyces hebben een bloem zonder stengel en zijn sterk bewold. Nabij Andacolo groeit Eriocyce ceratistes spec. Andacolo. Het zijn zwaar bedoornde planten waarbij de bedoorning dicht tegen het lichaam aanligt – prachtig. Verontrustend is echter dat de algemene gezondheid van de planten er op 10 jaar tijd sterk op achteruit gegaan is. Vele planten waren op sterven na dood. Over de oorzaak van dit verschijnsel tast men nog steeds in het duister. Ook zaailingen of jonge planten kwamen maar zeer sporadisch voor. Van Copiapoa hebben wij ook sublieme beelden gezien. De wit berijpte planten met pekzwarte doornen van Copiapoa cinerea en columno-alba zijn planten die bijna van het doek sprongen. Het zijn planten die zeer traag groeien en heel sterke zonnestraling nodig hebben om hun witte berijpte kleur te bekomen. Het verschil tussen deze planten is slechts de wol in de kruin van de plant. Cinerrea heeft witte wol en columno-alba heeft bruine wol, ook zou cinerea gemakkelijker spruiten dan de laatste. Bij de meeste Copiapoa’s was het heel moeilijk om zaad te vinden. Het zou een sprinkhaan zijn die zijn eitjes legt in de bloem. De larven blijven zitten in de vrucht en vreten deze dan hellemaal leeg. Als ze hun buikje rond hebben, maken ze een gaatje in de bes om er uit te komen. De meeste zaadbessen hadden allemaal een gaatje alleen stof binnenin. Erger was Copiapoa solaris er aan toe. Al de bestanden die Domin bezocht daarvan waren de planten allemaal dood of daar waar er toch nog leven te bespeuren was zou dat ook niet meer voor lang zijn. Oorzaak - droogte? Geen enkele zichtbare aanwijzing. Leden die hiervan een plant bezitten, dragen daar liefst heel veel zorg voor want uit de natuur is er momenteel niet veel te verwachten.
Een andere en zelfs nog grotere bedreiging is de wijnbouw. Domin toonde beelden van enorme wijngaarden volledig afgezet met hoge draadhekken waar geen doorkomen aan is. Om zulke wijngaarden aan te leggen worden met machines ganse heuvelflanken van alle planten en grotere rotsstenen ontdaan. Vervolgens worden de wijnstokken geplant en voorzien van een irrigatiebuisje. Elke wijnrank krijgt zijn eigen toevoer van water. Het water komt van een dam die gebouwd is aan een riviertje dat smeltwater uit de Andes naar de zee voert. Het duurt minstens 4 jaar na aanplanting voor men de eerste druiven kan oogsten. De aanleg van deze wijngaarden vereist dus zeer veel kapitaal. Wie dacht dat Chileense wijn van arme Chilenen kwam zit goed fout. De bordjes die Domin aan de wijngaarden zag hangen waren allemaal Duits of Frans!
Domin, het was een prachtige voordracht. Zonde dat onze tombola zo ver uitliep, zeer spijtig dat tijdens het tweede deel alles zo vlug moest gaan. Wij vinden het voor U ook spijtig dat je U moest haasten. Niettemin het was een zeer geslaagde voordracht. Nogmaals dank en wij hopen om nog meer van uw reisavonturen te mogen genieten.
Marc