Nabeschouwingen
De weg naar Dolo, de driehoek Ethiopië, Kenia, en Somalië
23 augustus 2004
Het is zeker 17 jaar geleden dat Ernst Specks nog een voordracht bij ons gaf. De voordracht handelde over de streek rond de grenzen tussen Ethiopië, Somalië en Kenia. Ernst en Marita Specks hebben deze streek reeds vijf maal bereisd. In de luchthaven hing een affiche waarop stond dat Ethiopië 13 maanden zon heeft. Raar maar waar want zij hebben een andere kalender die omgerekend naar onze kalender 12 maanden en 7 dagen telt. Dit wil echter niet zeggen dat het er niet regent. Niets is minder waar want als het er regent dan valt het er met bakken uit en, zoals we konden zien op de beelden, veranderen de “pistes” dan in modderpoelen en is vast rijden niet te vermijden. Nabij de grens met Kenia werd Adenia erenberghii gevonden. Ook werden twee nog niet beschreven geofyten gevonden, de ene is een Jatropha en de andere een Pterodiscus met roze bloemen. Niet ver er vandaan werd een Perlargonium met een knolwortel en gele bloemen gevonden. Deze plant wordt door Ernst vermeerderd en zal volgend jaar waarschijnlijk verkrijgbaar zijn. Een koffieceremonie is een aparte belevenis. De koffievruchten worden in olie verwarmd, dan worden de bonen in melk gedaan die op haar beurt verwarmd wordt. Volgens Ernst de beste koffie die hij gedronken heeft, alleen moet je opletten voor de bonen! Voor natuurlijke behoeften is er geen keuze dat moet gebeuren in de bush en dit kan wel voor verrassende ontdekkingen zorgen. Marita vond toen de zeldzame Euphorbia gymnocalycioides. Op deze plaats werden toen meerdere planten gevonden. Enkele jaren later waren al de planten er verdwenen. Van de nieuwsberichten lezen of horen wij steeds over hongersnoden in Ethiopië. Ernst liet ons echter zeer vruchtbaar gebied zien. In.de hooglanden is het zeer vruchtbaar en weelderig, zelfs bananenbomen groeien er overvloedig. De meeste hongersnoden hebben een politieke, of zelfs een etnische achtergrond. Het beeld van een meisje met een zware last suikerriet waarbij de draagriemen diep in de schouders afgetekend stonden liet ons ook dan weer relativeren en beseffen hoe verwend wij in het westen zijn. Euphorbia brunelli : een nieuw beschreven soort en een favoriete plant van Ernst. Deze plant groeit zeer compact en heeft een grote knolwortel. Vanaf Negele wordt het landschap droger en hoge bomen staan er niet meer. Overal wordt hier Dorstenia foetida gevonden. Afhankelijk van de bladvorm worden aan deze planten verschillende namen gegeven, maar volgens de ervaring in de natuur meent Ernst dat het allemaal variaties zijn van dezelfde plant. Adenia aculeata heeft een grote knolwortel waarop zeer decoratief diep ingesneden blad wordt gevormd. Ingeplant met zijn knolwortel voor ¾ boven het substraat oogt deze plant zeer mooi. Planten uit het geslacht Commiphora groeien meestal uit tot grote planten die mits snoeien wel lang als bonsai te kweken zijn. Ernst toonde ons beelden van Commiphora corigata welke compact blijft en op latere leeftijd max. 1 m hoog wordt. Als je een lekke band hebt in deze contreien is het hertstellen ervan een avontuur op zich. Voor het vulkaniseren wordt een strijkijzervoet gebruikt waar men dan spanning op zet. Als er stroom is en het geheel verbrandt niet dan heb je geluk en kan je verder. Maar met de ervaring die ik persoonlijk heb in zulke streken ben ik er zeker van dat als de operatie mislukt men er wel wat anders op vind om het alsnog te herstellen. Het enige wat men nodig heeft is geduld en kalmte. Best dat men een cursus yoga volgt alvorens te vertrekken. Met de Somaliër’s heeft Ernst geen al te beste ervaring, het is heel moeilijk om hen in te schatten. Hun gelaat toont niet de minste emotie. Het is dan helemaal niet te verwonderen dat het gezelschap zich niet goed voelde als vier Somaliër’s een lift vroegen. Eén van hen had een kalasnikov bij en een andere een grote machete. De opluchting was dan ook groot als de heren ter plaatse waren en er met gerust gemoed de reis kon verder gezet worden. Zeer mooie beelden kwamen op het scherm van Pterodiscus taylorianum met grote gele bloemen, de plant wordt max. 1 m hoog. Editcolea grandis is voor elke liefhebber van Asclepiadeceae een gezocht hebbeding dat in onze streken zeer moeilijk te cultiveren is. Ernst toonde ons een plant met gele bloemen die een doormeter hadden van wel 20 cm! Adenium somalense heeft smalle bladeren waarvan de zijkant gewelfd is, de bloemen zijn donkerder en bloeien niet zo gewillig als de algemeen bekende Adenium obesum. Dolo is een kleine nederzetting die bijna het drielandenpunt vormt met Ethiopië, Somalië en Kenia. Men was er niet zo met opgezet dat er een Amerikaan in het gezelschap was. Zij hebben er schrikwekkende momenten beleefd die dan toch mits wat koelbloedig en rustig over en weer gepraat opgelost werden. Ernst sloot zijn prachtige voordracht met beelden van de traditionele Ethiopische koffie ceremonie.Het was een prachtige lezing waarvan iedereen genoten heeft. Wij hopen om Ernst in de toekomst nogmaals te kunnen overtuigen om bij ons een voordracht te komen geven.
Marc.