Nabeschouwingen

Gran Canaria

15 december 2003

Op deze miezerige winteravond ging Kris De Raeymaeker ons meenemen naar één van de Gelukzalige Eilanden. In 1998 en in 2001, telkens in november, heeft Kris Gran Canaria bezocht. Met zijn oppervlakte van 1532 km² is dit het derde grootste eiland van de archipel, gezegend met een weldadig klimaat waardoor de archipel de “Eilanden van de eeuwige Lente” worden genoemd. Zelfs in november loopt het kwik er snel op tot 30°C.
Zo’n veertien miljoen jaar geleden rees Gran Canaria in de vorm van een vulkaan uit de zee omhoog. Ook nu nog zijn de bergen in het midden van het eiland bijna 2.000 meter hoog. Door de erosie zijn er diepe canyonachtige dalen in de flanken van de vulkaan gekerfd – dat zijn de barrancos. Ze lopen als de spaken van een wiel van het midden van het eiland naar de kust. Beschermd door de ruige ontoegankelijke berghellingen wordt in de vochtige valleien een grote verscheidenheid aan planten gecultiveerd. In gunstige klimaatzones zijn zelf de steile hellingen van de barrancos door kunstmatig aangelegde terrassen bruikbaar gemaakt voor de landbouw.
Zoals op de meeste van de eilanden is er een groot verschil tussen het dorre desolate zuiden en het veel groenere noorden. Dit is te wijten aan de noordoost passaat die de wolken tegen de bergen in het noorden omhoogstuwt. Door het gekende fenomeen van horizontale regen worden de wolken gemolken. Het zuiden krijgt echter maar weinig van deze wolken te zien. Kris had als uitvalsbasis dan ook gekozen voor de zonovergoten Paya del Inglés. De eerste tocht ging naar de richting Ingenio en de Barranco de Guayadeque. In deze barranco bevinden zich nog veel grotwoningen waarvan er nog heel wat in gebruik zijn. Kris toonde ons enkele beelden van zulke woningen. De benaming “grotwoning” heeft een zowat prehistorisch begrip, maar deze woningen zagen er helemaal niet primitief uit. De barranco is een natuurreservaat met zowat 80 plantensoorten is deze dus zeer rijk te noemen. Als eerste plant toonde Kris ons Aeonium pecarneum. Op open en niet beschutte plaatsen is hij op zijn mooist, grijsblauw berijpt met een rode lijn aan de bladeren oogt hij zeer mooi. Aeonium simsii is een stengelloze soort die op het eerste zicht veel weg heeft van een sempervivum. De plant werd dan ook in 1818 beschreven als Sempervivum simsii. De weg ging steeds hoger de bergen in en Aeonium arboreum var. manriqueorum steekt met zijn gele kegelvormige bloeiwijze sterk af tegen de blauwe lucht. Caldera de Bandama is een oude vulkaan met een krater van 1 km doormeter en een diepte van 200 meter. Op de bodem staat er een eenzame boerderij. Aan de zijflanken zijn nog holen te bemerken die vroeger gebruikt werden door de Guanchen.
De “Jardin Botánico Viera y Clavijo” of in de volksmond Jardin Canario genoemd moet door elke rechtgeaarde planterliefhebber bezocht worden. Hij bevat de meest volledige verzameling van de planten van de Canarische eilanden. Bovenover is er een heel mooie verzameling met cactussen. De mooie beelden van Kris spraken voor zichzelf, dus als je naar Gran Canaria gaat vergeet dan zeker niet om deze tuin te bezoeken.
Een volgende tocht bracht ons in het centrale berglandschap nabij de Roque Nublo. Dit is een rotspiek van 1803m hoogte en is het symbool van Gran Canaria. De piek steekt 80 m boven de tafelberg uit en heeft naast zich een iets lagere monoliet “El Fraile”. Het zijn beide resten van vulkaanpijpen ontstaan door erosie van de zachtere omhullende steenlaag.
Deze vulkaanformatie was ongeveer 4,5 miljoen jaar geleden actief.
Verder naar het noorden in de omgeving van Teror groeit ook Aeanium pecarneum maar nu op een plaats met meer schaduw. De planten zien er dan veel groener uit. Greenovia aureum, nu genoemd Aeonium aureum groeit op steile rotsen waar zich een beetje humus heeft verzameld. Deze groeiplaats heeft Kris geïnspireerd om deze planten op tufsteen te kweken. Het resultaat konden wij allemaal bewonderen.
Door een foute weg in te slaan kwam Kris prachtige groepen tegen van Euphorbia balsamifera.
Een andere must om als cactusliefhebber te bezoeken is Cactualdea. Deze tuin en kwekerij was vroeger eigendom van Duitser Beisel die wij dan weer kennen van Mammillaria beiselii. In 1998 was de tuin in prima conditie maar als Kris hem terug bezocht in 2001 dan was de tuin niet meer zo onderhouden. In 2002 was er een Belg als gerant (of eigenaar?) en was men al het ontkruid aan het verwijderen.
Het eerste zicht krijg je op het dal van de Fero’s en Echinocactussen. Ferocactus wislizenii heeft een prachtige stevige bedoorning. De bloem is geeloranje tot rood. De Fero’s cylindraceus, pilosus, glaucescens en Echinocactus grusonnii zorgen dan dit dal een echte “eyecatcher” is.
Ook de cereussen zijn er goed vertegenwoordigd. Oreocereus celcianus met zijn eerbiedwaardige lange grijze haren stond daar te proken in volle zon. Een prachtige boom van Aloê ramosissima stond vol met gele kaarsen, je zou zo zeggen een “zuiderse kerstboom”.
Bij Pachycereus pringlei komt de bedoorning het is beste tot zijn recht in de nieuwgroei. Cyphostemma juttae met zijn typische afbladderende bast is steeds een plant die de aandacht trekt. Een groep, of beter een bos, van Pachypodium lamerei en geayi is een niet zo’n alledaags zicht. Prachtige planten waarvan de schoonheid verstrekt wordt door het gezelschap.
Cephalocereus senelis, de ons allerbekende grijsaard kom je in Europa niet zo snel tegen. Een bloeiend exemplaar stond daar te pronken met een prachtig cephalium. En er stond er niet eentje, maar verschillende van deze giganten stonden klaar om cephalium te vormen.
De aan de tuin grenzende kwekerij rijkt zo ver als je kan zien. Alle planten staan er netjes in rijen uitgeplant. De favorieten van Kris zijn Ferocactus latispinus. Kris heeft planten van ginder meegebracht en die doen het bij hem voortreffelijk. Zij hebben hun standplaats in de nok van de serre. Maar het zijn echter planten die in het najaar bloeien en dus is er in onze contreien te weinig licht. Hier heeft Kris een systeem voor.
’s Avonds verhuizen de planten naar binnen om onder TL lampen van nog wat extra lichturen te genieten. ’s Morgens is het dan de omgekeerde weg terug naar de serre. Wij konden het bewijs van bloei zien bij de drie planten van Kris, alle drie volop in bloei. Met een mooie zonsondergang sloot Kris de zeer geslaagde avond af. Wij danken hem voor de gezellige avond en hopen om nog meer van zijn reisavonturen te mogen genieten.

Marc

Overzicht nabeschouwingen


Webdesign: Geert Serneels - webmaster@cactusweelde.be