Nabeschouwingen

De buitenbeentjes uit mijn verzameling

15 september 2003

Het is heel lang geleden dat wij nog eens iemand hadden die over zijn verzameling kwam praten. Vroeger was niet de mogelijkheid om grote reizen te maken. Wij hadden dan meer voordrachten recht uit het leven van de cactusliefhebber. Daarom hadden wij deze maand Jan Wouters uitgenodigd om "de buitenbeentjes uit zijn verzameling" te presenteren. Jan is met cactussen begonnen op zijn achtste! Hij is nu reeds 57 jaar door de succulenten gepassioneerd. Als je zolang met deze planten bezig bent dan heb je heel wat watertjes doorzwommen en heb je heel wat ervaring verworven. Zoals velen onder ons houdt Jan zich aan de oude namen. Het is anders niet bij te houden met nieuwe etiketten te schrijven. Het belangrijkste blijft nog steeds de plant, want wij houden toch planten die wij graag zien. Ik wil hier geen afbreuk doen aan de naamgeving want die is zeker belangrijk. Als wij onderling willen communiceren zonder in een Babylonisch verhaal te verzeilen dan is een goede naamgeving belangrijk. Maar soms wordt het voor ons, liefhebbers, toch een beetje te gortig met al het samenvoegen van geslachten. Dus wij houden het even bij de oude namen die door de meeste liefhebbers gekend zijn. Het eerste plantje dat Jan verwierf was een Mammillaria gracilis en dat heeft hij nog steeds in zijn verzameling. Het kleine plantje is echter uitgegroeid tot een prachtige groep. Met stekjes van deze groep heeft Jan waarschijnlijk reeds menig beginnende liefhebber blij gemaakt. Ook planten die je nog weinig in de verzamelingen ziet hebben bij Jan nog steeds een plaatsje, zoals o.a. Mammillaria spinosissima. Bloeiend in kransen met karmijnrode bloemen is het steeds een lust voor het oog. En daar was dan het eerste buitenbeentje de variëteit "una picta" van voorgaande met maar één doorn per tepel. Jan heeft zelfs een plant "zonder picta"! Als je zaait en uw jonge plantjes goed volgt dan kan er wel eens zoiets eigenaardig tevoorschijn komen. Met zijn geverderde doorntjes is Mamillaria plumosa en juweeltje. Het is volgens Jan een zeer gemakkelijke plant, zaaien hoeft niet want zelfs van een tepel kan een nieuwe plant gestekt worden. Onder de buitenbeentjes of favorieten horen ook de cristaten. Jan heeft er heel wat in zijn verzameling. Een zeer mooie voorbeeld is Mammillaria schiedeana f. cristata. Een prachtige dia van bloeiende Rodentiophila lanata passeerde het doek. Dit is een plant die je niet zoveel aantreft in verzamelingen laat staan dat je deze plant in bloei krijgt! Voor mij was het de eerste maal dat ik een bloeiend exemplaar zag, in één woord: schitterend. Jan heeft ook een voorkeur voor Aloë's. Hij heeft er zeer veel. Deze planten worden ten onrechte wat stiefmoederlijk behandeld, misschien is hier het spreekwoord "onbekend is onbemind" van toepassing. Heel gemakkelijk te identificeren is Aloë hereroensis, op de achterzijde van het blad zijn staan er H-vormige witte vlekken. Deze plant groeit in noord Namibië, het is een stamloze rozetvormige plant. De bloemen zijn meestal oranje - rood maar verschillende schakeringen van rood en oranje en zelfs geel komen voor. Aloë aristata is een kleine soort die algemeen gekend is maar doch zelden nog in verzamelingen te zien is.. Jan liet een drietal vormen zien waarvan volgens hem slechts de plant die tandjes heeft aan de onderzijde van het blad de zuivere aristata is. Aloë longistyla is ook een kleine soort bezet met witte stekels die tot 4 mm lang zijn. Als de plant niet bloemt dan zou hij kunnen verwisseld worden met een humilis of brevifolia. Maar de bloem heeft een zeer specifiek vorm. Er komen op de stengel tot vijftig bloemen die zalmroze tot koraalrood zijn. In verhouding tot de plant zijn de bloemen exceptioneel groot. De bloembuis krult naar het einde toe omhoog en zoals de naam zegt steken de stamper en meeldraden zeer ver uit de bloembuis. De getoonde dia sprak voor zichzelf. Astrophytum myriostigma is een prachtige plant maar Jan heeft een plant staan die velen deed watertanden. De areolen staan vlak naast elkaar zodat ze een donkerbruine lijn vormen fel contrasterend met de witte bevlokking op het plantenlichaam. Ook de hybriden "Onzuka" en "superkabuto" zijn spek naar Jan zijn bek. Nu wie zou zulke planten niet in zijn verzameling willen, het zijn echte juweeltjes. Een Astrophytim asterias met een volledig rode bloem is zeker een "buitenbeentje"! De Schlumbergia's, in de volksmond "kerstcactus" genoemd, kwamen ook aan bod. De hybride "Gold Charm" heeft gele bloemen maar als ze niet warm genoeg staan dan komt er een roze toon in het geel. Om ze geel te krijgen dan moeten ze ten minste 23° C hebben, hoe warmer ze staan des te geler de bloem kleurt. Persoonlijk heb ik dezelfde ervaring met de witte cultivars. Als deze te koud staan krijgen ze ook een roze tint. Hier kan men spreken dat ze blauw kleuren van de kou! Deze planten hebben zowaar menselijke trekjes! Een bonte vorm van Ferocatus reppenhagenii is ook geen alledaagse verschijning. Om zulke planten te bekomen moet men zaaien of in de zaaiteilen van grote kwekerijen zoeken naar de eigenaardigheden of buitenbeentjes. Hylocereus calcaratus is volgens Jan een moeilijke plant maar het volhouden wordt beloond met prachtige crèmekleurige bloemen die een doormeter hebben van meer dan 30 cm met een lengte van 35 à 37 cm! Deze planten zijn van oorsprong uit Costa Rica dat een tropisch en vochtig klimaat heeft. Deze klimaatsomstandigheden zouden wel eens aan de basis kunnen liggen van het cultuurprobleem. Echinopsis hybriden hebben prachtige bloemen. Als men de hybriden zelf gekruist heeft dan is de voldoening om mooie bloemen uit te selecteren nog veel groter dan als men de planten koopt. De dia met een aantal planten in bloem was als een waterval van kleur. Jan experimenteert nog meer met kruisen zoals een Hildewintera aureispina met een Echinopsis gaf een bruin bedoornde zuilvormige plant. Maar de bloem is echt spectaculair, een slanke lange bloembuis met fijne oranje roze bloembladeren. Met de een dia van een witte bloem en de vraag van welke plant de bloem kon zijn werd er pauze gehouden. Na de tombola kwam de naam, Chamaecereus silvestrii hybride. Wat de meeste niet wisten was dat er een zestal potjes met stekjes van die plant in de tombola stonden. De meeste potjes zijn blijven staan tot op het laatste. De gelukkigen die toch die potjes genomen hebben zullen het zich niet beklagen. Jan vertelde mij dat deze plantjes niet echt gemakkelijk zijn, zodat men ze best ent, dan is succes verzekerd. Van deze planten zijn er heel wat hybriden in omloop met bijna alle kleuren van de regenboog. Een Cleistocactus die jaren niet wou bloemen werd van de glazen serre naar de plastic serre geplaatst en wonderwel toen bloeide hij wel. Wat bleek nu dat deze plant uit het hooggebergte afkomstig is en daar aan veel hogere U.V. straling is blootgesteld. Het is algemeen bekend dat plastic meer U.V. stralen doorlaat dan glas, dus een goede hint plaats planten die van het hooggebergte afkomstig zijn daar waar zij een maximum aan U.V. straling krijgen. Jan toonde prachtige beelden van Lophopfora williamsii. Zijn raad om zulke planten te kweken is eenvoudig, plaats de planten zo dicht mogelijk bij het glas en geef ze niet te veel water. Jan heeft veel meer prachtige planten laten zien en nog heel wat sappige anekdotes verteld, teveel om in dit bestek neer te schrijven. Het was een heel goede voordracht, met veel nuttige informatie op een aangename en vlotte manier gebracht. Marc

Overzicht nabeschouwingen


Webdesign: Geert Serneels - webmaster@cactusweelde.be