Nabeschouwingen
Namibië - Het Noorden
21 april 2003
Frank Hoste is voor ons zeker geen onbekende. Hij heeft ons reeds verschillende malen vergast op mooie en aangename voordrachten. Zijn passies zijn voornamelijk de Pachypodiums en Euphorbia. Wij hebben van Frank verschillende voordrachten gehad over het rode eiland – of Madagaskar, een eiland waar de planten die zijn voorkeur genieten veel voorkomen. Maar ook in zuidelijk Afrika komen heel wat planten voor die in de vorige categorie vallen. Nu is zuidelijk Afrika zulk een uitgestrekt gebied met een massa aan planten dat het zonde zou zijn om daar maar even op één avond door te fietsen. Frank nam ons mee naar een deel van zuidelijk Afrika nl. Namibië.Namibië heeft een oppervlakte van 825.000 km2 of zo maar even 27 maal de oppervakte van België! Dus ook weer een uitgestrekt gebied vandaar dat de voordracht voornamelijk over het noordelijk deel van Namibië ging.
Namibië grenst in het noorden aan Angola waar de grens gevormd wordt door de Cunene rivier. Een smalle strook ook de Caprivistrook genoemd schiet helemaal door boven Zimbabwe tot aan Zambia. In het oosten grens het aan Zimbabwe en Botswana en in het westen vormt de Atalantische oceaan de grens. In het zuiden grenst het aan Zuid-Afrika waar de Oranjerivier. Dit uitgestrekte land heet maar 1,5 miljoen inwoners dus 6 maal minder dan in België dat op zijn beurt dan 27 maal kleiner is als Namibië.
De geschiedenis van het land start als Duitsland het gebied in 1884 voor zich opeiste. In een periode van tien jaar werden de Nama en de Ovambo onderworpen en na twintig jaar de Herero. In de Eerste Wereldoorlog (1915) veroverden Zuid-Afrikaanse troepen dit gebied, dat Zuidwest-Afrika genoemd werd, op de Duitsers. In 1920 kreeg Zuid-Afrika van de Volkenbond het mandaat over het gebied, een mandaat dat volgens de Verenigde Naties na de Tweede Wereldoorlog overging in een voogdijschap. In 1949 ging deze voogdijschap over naar Zuid-Afrika. Deze constructie werd door het Internationaal Gerechtshof in 1950 afgewezen. Er waren dan heel wat problemen maar uiteindelijk op 21 maart 1990 werd Namibië een onafhankelijke republiek.
De voordracht was een compilatie van twee reizen die gemaakt werden in 1995 – en in ’96. Swakopmund ligt op de hoogte van de hoofdstad Windhoek maar dan aan de kust. Langs deze kust komt vanuit het zuiden de koude Benguela golfstroom die voor nevel zorgt die landinwaarts trekt. Een verschijnsel dat Frank verschillende malen heeft ervaren. Het beeld dat Frank toonde waren planten die volledig nat waren alsof het geregend had. In deze barre streken is het de nevel die voor leven zorgt want regen valt er niet veel. Pachypodium namaquanum is hier endemisch. De kop van de namaquanum stam neigt steeds noordwaarts, de plaats van de zon op het zuidelijk halfrond. Door het ombuigen van de top van de stam, noemen de bosjesmannen deze plant “halfmens”. Het zijn prachtige planten die zeer traag groeien en aandacht vragen als je ze in onze streken wilt cultiveren. Echter niet onmogelijk want ik heb reeds prachtige exemplaren gezien bij liefhebbers. Voor de bloei hoef je deze plant niet te houden daar dat wel heel wat jaartjes zal duren. Maar het is een zeer decoratieve plant wat dan toch niet te versmaden is. Bloeien doet een plant slechts gedurende een relatief korte periode en voor de overige tijd moet je dan genieten van de plant zelf. Op weg naar het noorden komt men in de Namib woestijn een bar en droog gebied. Maar ook dit landschap heeft zijn charmes die Frank ons aan de hand van mooie beelden toonde. Zelfs in zulke onherbergzame streken is er plantengroei. Korstmossen komen er voor in uitbundige kleuren en vormen, een wonder van de natuur die zich aanpast aan alle omstandigheden.
Op kale rotsige heuvels groeide en Cyphostemma, waarschijnlijk currori maar dat kon Frank niet bevestigen daar de plant door de droogte volledig bladloos was en het dan bijna onmogelijk is om zulke planten te determineren.
In het noorden aan de “Etosha pan”, of in feite Kaokoveld, wonen de Himbas. Dit is een volk dat nauw verwant is aan de Herero’s waarmee ze dezelfde taal delen. De Himbas zijn met een totaal van 6000 een redelijk kleine stam. Het zijn voornamelijk nomadische herders die afhankelijk van het jaargetijde verhuizen naar verschillende waterplaatsen. De vrouwen besteden dagelijks uitgebreid zorg aan hun make-up. Zij wrijven hun lichaam in met een mengsel van ranzig botervet vermengd met rode oker en het aromatische sap van de Omuzumba struik. De oker geeft hun lichaam een intense rode kleur wat overeenstemt met het schoonheidsideaal van de Himbas. Frank vindt het Etosha park een van de mooiste die hij bezocht heeft. De fauna is er zeer uitgebreid en heel wat wilde dieren konden op dia vastgelegd worden. Zoals olifanten, giraffen, zebra’s en allerlei antilopen kwamen op het doek In de meest onmogelijk plaatsen trof men er planten aan die, dank zij de deskundige hulp van een gids gevonden werden. Zonder gids of duidelijke aanwijzingen van een specialist ter zake zijn deze planten onvindbaar. Zelfs op het doek moest Frank ons de plaats aanwijzen waar de Lithopsen te vinden waren. Deze planten zijn echte kunstenaars in het zich aanpassen aan de omgeving, een eigenschap die met een duur woord “mimicry” wordt genoemd. Overal waar water zich kan verzamelen en niet direct door de zon kan verdampen groeien plantjes.
Sarcocaulons hebben dan weer een andere manier om zich te beschermen tegen de zon. Zij produceren een bepaald hars dat hen die bescherming geeft. Deze planten worden door de “Bosjesmannen” gebruikt als fakkels, vandaar hun populaire naam “Bushman’s candle”. De giganten onder de planten komen in het noorden, bijna aan de grens met Angola voor. Het zijn de Adansonia digitata of Baobab en de Welwitchea mirabilis. Adansonia digitata hoort in de familie van de Bombaceae en is geen echte succulent maar wel een pachycaul, hij spaart in zijn massieve stam vocht op voor de droge periode. De plant kan tot 25 m. hoog worden en zijn stam kan een diameter van 8 à 9 m. bereiken, dus wel iets te groot om in pot te kweken. De bladeren worden door de inlandse bevolking gebruikt tegen diarree, koorts, ontstekingen e.d. De gekookte wortels van jonge planten kunnen gegeten worden als asperges.
Welwitschia mirablis komt ook voor in het noorden van Namibië, heeft niet die bovengrondse afmetingen van zijn voorganger maar wel ondergronds waar hij met zijn wortels tot een diepte van 6 m. en meer gaan op zoek naar water. De plant hoort thuis bij de Gymnosperma of naaktzadige waar ook de coniferen onder ressorteren. In de plantenwereld is er geen equivalent te vinden voor deze eigenaardige plant. Hij heeft twee bladeren die steeds blijven doorgroeien tijdens de ganse levensduur van de plant. De bladeren zijn ongeveer 2 m. lang en 90cm. breed. Het uiteinde van het blad slijt af door het wrijven over de grond. Als dit niet moest zijn dan zouden nog heel wat langer zijn Men schat dat zulk een plant wel 1.500 jaar oud kan worden. De plant is een echte vechter voor overleving en daardoor ook een symbool van de Repbliek Namibië.
Wij kregen prachtige beelden van de fauna en flora maar ook de mens heeft Frank belicht. Met een mooie zonsondergang sloot Frank zijn voordracht af. Wij zien al uit naar zijn volgende reisverhalen.
Marc