Nabeschouwingen

Tenerife, cactus- en succulentenparadijs

16 december 2002



Wie Tenerife zegt denkt aan twee dingen, eeuwige lente en zonnen. Er is echter heel wat meer te beleven bovenover deze heerlijke toestanden.

Er bestaan op de Canarische eilanden drie hoofdvegetatie zones nl.
- de droge zone tot op een hoogte van ca. 1000 m.
- de boomzone tot ca. 1800 m.
- de alpine zone boven de 1800 m.
Afhankelijk van de plaats op het eiland kan de laagste zone, tot 1000 m., nog onderverdeeld worden in:
- halfwoestijn en droog succulentengewas.
- duin - en kustvegetatie.
- vochtig succulentenstruikgewas.
- lauriervegetatie.

Het klimaat wordt voornamelijk bepaald door de noordoost passaat die vochtige lucht aanvoert.
De wolken blijven echter hangen tegen de bergen. Hierdoor is er een merkelijk verschil in vegetatie tussen noord en zuid. In het zuiden komt er slechts sporadisch regen en is het er overwegend droog.
Dit was dus de uitgelezen plek voor de toeristische promotoren om de naar zon snakkende Europeanen te lokken.
De urbanisatie van het zuiden was een overweldigend succes. Zelfs zo dat er nu stemmen opgaan om het wat af te remmen. Want de toeristische industrie gebruikt zeer veel water en dat is nu niet zo overweldigend aanwezig als hier in ons gezegend landje! Los Christianos en Playa las Americas zijn volledig volgebouwd met hotels die het de modale toerist naar zijn zin maken. De urbanisatie mag er wezen, alles wordt netjes onderhouden. Maar al dat moois heeft water nodig en dat wordt dan ook veelvuldig gegeven.
Door het milde klimaat groeien ook onze cactussen daar zeer goed. Het is dan ook reeds meer dan 20 jaar dat cactussen uit de Canarische eilanden in Europa worden geïmporteerd. Maar ook onze cactussen zijn toch nog afhankelijk van water. Daar waar men dat kan geven groeien zij heel voorspoedig met een habitus die niet te onderscheiden is van deze van hun heimat. De beelden die ik kon laten zien liegen er niet om. Naar kleine plantjes zoals Rebutia e.d. moet men niet zoeken want die doen het daar niet zo goed. Maar Mamillaria’s en Astrophytum hebben het er wel naar hun zin. Het zijn echter de grotere soorten met een sterk wortelgestel die het er uitstekend doen. De Ferocactussen groeien en bloeien er als een lust voor het oog. Ook de cereussen zoals Pachycereus pringlei, afkomstig van Baja California, groeit,
bloeit en zet er zaad. Prachtig zijn de mooie bedoornde zaadbessen. Vratricana guentheri tooit er zich met een prachtig vosbruin cephalium, dit tegen de staalblauwe lucht, echt om van te genieten. Alles dan omkaderd met de spetterende kleuren van Bougainvillea. Van het klassieke purper naar rood, geel en zelfs wit doet je alles vergeten.

Een tocht naar Punto Teno brengt ons bij de locale flora. Ter hoogte van Santiago del Teide stoppen we aan een vulkaanstroom waar welig Aeonium urbicum groeit. Deze is de reus onder de Aeoniums en kan tot 2 m. hoog worden. De bloem kan variëren van diep roze tot zuiver wit. Urbicum bloeit eindstandig,
dus na de bloei sterft de plant af. Hij geeft echter veel zaad en voorziet zo in het voortbestaan.
Op diezelfde plaats troffen wij ook een Opuntia ficus – barbarica aan met oranje bloemen. Deze plant werd door de Spanjaarden meegebracht van Mexico en is er verwilderd.
Op de berghellingen valt Euphorbia canariensis op. De zilvergrijze stammen zijn van ver te herkennen. Op de berghellingen vonden wij ook Aeonium spathulatum. Deze soort kan gemakkelijk gedetermineerd worden. Op het moment van ons bezoek einde mei begin juni waren deze planten in bloei. Het gele bloemscherm staat op een rode stengel dat mooi afsteekt tegen de donkere lavasteen of de blauwe lucht. Op het moment van onze trip waren de bladeren samengevouwen zo dat ze bijna bolletjes vormden.
Ik veronderstel dat zij zich in het meer vochtige seizoen zullen ontrollen tot de typische Aeonium rozet. Ook hier is de bloem eindstandig en sterft de betreffende rozet af. Daar Aeonium spathulatum struikvormig groeit sterft niet de ganse plant af. Een andere struikvormige plant is Aeonium lindleyi die ook goudgeel bloeit maar iets later dan de voorgaande soort. Hij groeit voornamelijk op warme rotsen, dus meestal langs de zuidzijde van de hellingen. De bladeren zijn glanzend groen, kleverig en hebben een specifieke geur. Deze soort zou een heilzame werking hebben als men sap van een Euphorbia op de huid krijgt. In dat geval wrijf je het sap van een blad op de geïrriteerde huid dat zeer snel de pijn verzacht.
Een andere bewoner van de hellingen is Senecio neriifoliia, ook een endemische soort van de archipel.
De takken bestaan uit delen zodat ze lijken op een resem worsten. Het uiteinde van de takken draagt bladeren die bij droogte afvallen en typische merken achterlaten op de stam. Bij het begin van de baan naar Punto Teno staan er borden die aangeven dat er bij regen stenen kunnen vallen. Als men dan de weg neemt dan is het overduidelijk dat dit geen loze waarschuwing is. Het is echter o.a. tegen deze vochtige rotswanden dat Aeonium tabuliforme groeit. Het zijn platte lichtgroene schijfvormige planten die vlak tegen de rotsen groeien. Men zal ze nooit aantreffen langs de zuidzijde. Zij groeien steeds op plaatsen waar de middagzon hen niet kan bereiken. De spitse blaadjes liggen dakpansgewijs tegen elkaar aan. De diameter van de rozet kan tot 40 cm. bedragen. Deze plant vertakt niet, dus als hij bloeit dan sterft de plant af. Als je deze plant in ons klimaat kweekt dan doet hij het in de zomer zeer goed buiten op een oostelijke ligging beschermd tegen de felle middagzon. Zelfs bij ons schuwt deze plant de hevige zon. Plaats de plant steeds schuin, de rozet mag nooit horizontaal staan.
Punto Teno is het uiterste noordoostelijke deel van Tenerife. Het is kenmerkend dat er meestal een stevige bries staat.
Vanuit Punto Teno rijden wij terug en kiezen de weg richting Masca. Deze weg bestaat nog niet heel lang, vroeger was Masca slechts te bereiken via een ezelspad. Masca is een heel klein schilderachtig dorpje dat precies tegen de bergen aangeplakt is. Een zeer bekende wandeling is de Barranco de Masca.
Deze schijnt prachtig te zijn maar is zwaar en niet aan te raden zonder gids. Buiten Masca op een zuidhelling, blakend in de zon, troffen wij Greenovia aurea aan (schijnbaar omgecombineerd naar Aeonium aureum). Heel typisch slechts op die bepaalde helling want achter de hoek groeiden zij niet meer.
De planten staan eind mei steeds in rust en volledig eivormig samengetrokken.
Met deze beelden, een zicht op de Teide waar we een volgende maal meer over vertellen kwamen wij terug in ons klimaat waar het heel wat minder was.

Marc

Overzicht nabeschouwingen


Webdesign: Geert Serneels - webmaster@cactusweelde.be