Nabeschouwingen
Vier jaargetijden in de botanische tuin v/d Rijksuniversiteit Gent
16 september 2002
Wij hadden deze maand onze nationale secretaris Eric Piens te gast. Wij kennen Eric als een ervaren spreker die tal van lezingen geeft over heel wat verschillende onderwerpen. Hij is ook een fervente liefhebber van de Canarische eilanden en de plantengroei op deze eilanden. Eric heeft een boek geschreven over Aeonium waarvan vele soorten endemisch zijn op deze eilandengroep. Ik kan iedereen die naar de eilanden reist het boek aanbevelen. Eric had enkele soorten Aeoniums meegebracht om geïnteresseerden te helpen bij determinatie. In zijn inleiding betoogde Eric dat planten heel wat eigenschappen hebben waarvan de leek zeker geen wetenschap heeft. Een Mimosa soort, beter gekend onder de naam “Kruidje-roer-mij-niet” is zelfs in staat om te tellen. Bij de eerste aanraking gebeurt er niets, bij de tweede aanraking vouwt het blad toe en bij de derde aanraking knikt het blad weg. Planten kunnen ook zien. Er zijn planten, en als ik juist ben dan zijn het Accassia’s, die hun blad sluiten als er onvoldoende licht is. Onze welbekende cactussen sluiten hun huidmondjes als het te warm is, dus kunnen ze voelen. Planten kunnen verjongd worden. Als wij een stek snijden van een volwassen plant dan zal deze niet de ouderdom meenemen van de plant waarvan hij wordt afgesneden. Zo had Eric nog een aantal stellingen die specifiek zijn voor planten in ’t algemeen of specifiek. Om deze voordracht te maken heeft Eric om de 2 weken de tuin bezocht en zo de beelden vastgelegd. Hij is lid van de “Vrienden van de plantentuin” die uiteraard toegang krijgen tot al de serres, daar waar de niet leden slechts toegang hebben tot enkele serres. Het regelmatig bezoek van Eric doorheen de vier seizoenen leverde prachtige beelden op. Het was een mooie voordracht waarvan wij de primeur kregen. Om U de tuin beter te laten kennen volgt hierna een tekst die een specifieke beschrijving geeft. De plantentuin van de Universiteit Gent. In het hartje van Gent, op universitair terrein, bevindt zich één van de meest idyllische plekjes van Gent. De Gentse universitaire plantentuin is niet alleen idyllisch, maar ook buitengewoon fascinerend en interessant. De moeite om eens een kijkje te gaan nemen. Reeds in 1796 was er sprake van een Gentse plantentuin. Onder het Franse bewind en het motto "Liberté et Egalité" (Fraternité was er maar voor de vorm bijgenomen) besliste het Directoire in 1795 dat in elk Frans departement een "Ecole Centrale" moest opgericht worden. Voor diegene die tijdens de geschiedenislessen al eens in slaap vielen: België behoorde toen tot het Franse rijk. Aan elke school moest een bibliotheek en een botanische tuin verbonden zijn. De geconfisceerde Baudeloo-abdij en de aanliggende gronden waren aanvankelijk een geschikte locatie. In 1797 opende de tuin voor het eerst zijn poorten. In 1804 werd de plantentuin overgedragen aan de stad Gent. Tenslotte kreeg de Gentse universiteit in 1817 de plantentuin in beheer. Omstreeks 1900 kwam het tot een verhuizing, niet alleen wegens plaatsgebrek, maar ook omdat de plantentuin werd bedreigd door de vervuiling van de omringende textielindustrie. De plantentuin verhuisde naar zijn huidige locatie naast het Citadelpark, op de hoek van de Krijgslaan en de Ledeganckstraat. Openlucht Op een zeer beperkte oppervlakte van amper 2,75 ha en ca. 4.000 m2 serren ligt een ware plantenschat verborgen. Ongeveer 8.000 plantensoorten uit nagenoeg alle werelddelen zijn hier terug te vinden. Stil, maar toch opvallend aanwezig zijn de diverse Amerikaanse naaldbomen aan de ingang. In het arboretum is een mammoetboom terug te vinden, beter bekend in de volksmond als Sequoiadendron giganteum. Natuurlijk bloeien planten niet altijd, dus is het de moeite waard om in elk seizoen een kijkje te gaan nemen in de tuin. Eerst kom je in het openluchtgedeelte, dat zeker een bezoekje waard is in de lente en de zomer. De openluchttuin biedt een ruim scala aan zowel inheemse als uitheemse planten. Ook geneeskrachtige kruiden vinden een plaatsje. We vinden er o.a. geneeskrachtige kruiden, stinkend nieskruid en zelfs enkele giftige en irriterende planten. En zoals alle tuinen ligt ook deze er in de winter wat kaaltjes bij. Gelukkig zijn de serres er nog. Serreteelt De plantentuin omvat een tiental serres, die echter niet allemaal openstaan voor het grote publiek. In de Victoriaserre heerst een equatoriaal klimaat, de tropische warmte straalt je tegemoet en je waant je meteen in Afrika of Latijns Amerika. Middenin de serre bevindt zich een grote vijver, waarin tropische vissen een thuis hebben gevonden. Langs de randen staan talrijke tropische gewassen, waaronder voedingsgewassen zoals koffie, cacao of rijst. In de subtropische kas achter de Victoriaserre, zijn Mediterrane, Zuid-Afrikaanse, Australische en Oost-Aziatische flora's vertegenwoordigd. We vinden er onder andere verschillende citrusbomen, Eucalyptus, een theestruik en een tomaatboom. Het loont echt de moeite om hier even te vertoeven: minder warm dan de Victoriaserre, maar niettemin een aangenaam klimaat op koude winterdagen. Op de skyline van de tropische serre heeft de bezoeker een mooi uitzicht vanaf het bordes. De bananen- en kokosbomen reiken tot de top van de serre. Ook hier zijn tal van voedingsgewassen terug te vinden. Sappige mango's vers van de boom. Plukken mag helaas niet. Op zon- en feestdagen tussen 11 en 12 uur kan men de cactusserre bezoeken. Hier is een grote collectie succulenten te vinden. Deze planten zijn speciaal aangepast aan kurkdroge milieus. Voor de ingang van de cactusserre bevindt zich trouwens een heel bijzondere kleine plantenvitrine, die enkele insectenvangende planten herbergt. Adres: Karel Lodewijk Ledeganckstraat 35 9000 Gent Tel: 09/264.50.55 Fax: 09/264.53.34 Website: http://www.aquariana.be/plantentuinUG.htm. Openingsuren: elke werkdag van 9 tot 16.30 u. Gesloten ’s namiddags op zaterdag en zon- en feestdagen. Marc