Nabeschouwingen
Peru
26 augustus 2002
Uitzonderlijk, wegens onze “Cactus en Succulentenshow”, ging onze vergadering door op de vierde i.p.v. op de derde maandag. Niettegenstaande de verlofperiode was de zaal goed gevuld. Wij hadden dan ook een spreker van formaat nl. Domien Jacobs. Als Domien komt spreken dan is men zeker van prachtige beelden,een vlot verhaal met af een toe een kwinkslag, kortom men is zeker van een gezellige avond.
De reis naar Peru werd ondernomen in ons najaar van 2001 dus dan is het lente in het zuidelijke halfrond. Na een vlucht van 14 uren vanuit Brussel landde het gezelschap in Lima, de hoofdstad van Peru. Het reisgezelschap bestond uit Albert Goossens, Elza en Wim Van de Vel en Domien.
De wagen die gehuurd werd was een stevige Amerikaanse pick-up, noodzakelijk voor de ruige wegen.
Domien heeft reeds veel meegemaakt maar achteraf bekeken kunnen sommige wegen in Peru tot de slechtste gerekend worden die hij bereisd heeft.
Peru is een slordige 1,2 mio km2 groot, dus zo maar even meer dan 36 maal groter als België.
Het land heeft drie topgrafische regio’s nl.: de semi-droge kustvlaktes die genieten van de nevels verwekt door de koude Humbolt stroom, de droge of woestijnachtige sierra waartoe ook de Andes toppen behoren, en als laatste de selvas of tropische zijde van de Andes die afdaalt naar het Amazone gebied waarbij de selvas geografisch worden gerekend.
Vanaf Lima, op weg naar Oroya werden prachtige planten van Espostoa melanostele gevonden. Deze planten werden bijna over het ganse traject gevonden. Volgens Domien zijn het de mooiste Espostoa’s die hij in Peru heeft gevonden. De beelden die hij van deze planten toonde spraken voor zichzelf.
In Matucana verwachtte het reisgezelschap om er de gelijknamige planten te vinden maar schijnbaar zijn de groeigebieden er helemaal leeggeroofd.
Hoewel het er lente was had het er nog niet of heel weinig geregend.
Alleen daar waar een stroompje vloeide was er groen te zien.
Op sommige plaatsen waren de cactussen helemaal ingeschrompeld en herleid tot een dun restant dat in onze cultuur waardeloos zou zijn. Domein verzekerde ons dat het in de natuur niet zo is en dat, eens er regen valt, de planten zich terug volzuigen. Waarschijnlijk heeft dit ook te maken met het lokale klimaat dat gans anders is dan in onze contreien.
Vanaf een hoogte van 3000 m. mag men er vanopaan dat men last krijgt van hoogteziekte. Het gebrek aan zuurstof kan hoofdpijn en andere nare gevolgen hebben. Maar het zicht op de prachtige pollen van Tephrocactus floccosa doet snel de hoofdpijn vergeten. Op deze hoogtes is er nog maar weinig begroeiing. Maar zelfs tot op 4000 m. hoogte wordt er aan akkerbouw gedaan.
Het enige wat men er kan telen zijn aardappelen en ajuin. Browningia hertlingiana heeft mooie blauw berijmde koppen. De plant wordt tot 9 m. hoog en beheerst op sommige plaatsen het landschap. Zijn naamgenoot Browningia candelaris wordt
5 m. hoog maar imponeert dan door zijn candelaberachtige groeiwijze.
Cleistocactus morawetziana heeft gele bloemen die 10 cm. lang zijn.
Vanaf Olantambambo werden Lobivia’s gevonden. Van Lobivia hertrichiana toonde Domien mooie beelden van een plant in bloei en waarvan een deel van de plant cristaat was. Lobivia maximilliana en pentlandii zijn veer variabel in voorkomen en bloemkleur. Van Lobivia pampana kregen wij beelden te zien van groepen tot
45 cm. doormeter. Op een hoogte van 3000 m. werden prachtige grasgroene planten van Oroya neoperuviana gevonden. Deze planten zijn heel variabel en komen voor van Oroya tot Cuzco op hoogtes van 3000 tot 4200 m.
Vanuit Cuzco werd de trein genomen richting Machu Picchu, dat 80 km verwijderd is van Cuzco. Het laatste deel wordt met de bus afgelegd tot aan de site van Machu Picchu. “Machu Picchu” betekent “grote berg”. De stad verrijst als een rots op de hoge en steile bergpas boven de rivier de Urabamba. Ze toont nog zeer duidelijk het streven naar eenheid in haar tempels, terrassen en woningen.
Machu Picchu is een bijna ontoegankelijke stad, aangezien het boven een 300 m diepe afgrond ligt, dus geen stad voor fervente slaapwandelaars.
De stad werd in 1911 ontdekt door Professor Hitam Bingham.
De stad is omgeven door hoge en dikke stadsmuren waarin een stenen ingang is met een massief houten poort. Bij de ontdekking verkeerde de stad nog in dezelfde toestand als deze waarin de bewoners de stad hadden verlaten.
De stad biedt dus een volmaakt beeld van een traditionele Inca woonstad.
Waarom de stad verlaten werd is nog steeds een raadsel. Neoraimondia zijn candelabervormige cereussen die op een zeer eigenaardige manier bloeien.
Als de plant bloeirijp is worden er op de areolen viltachtige uitsteeksels gevormd.
het lijken wel mini cephaliums, waaruit jaar na jaar de bloemen verschijnen.
In een klein onooglijk dorpje werd er overnacht in een hotelletje, of toch iets dat hiervoor moest doorgaan. Domien had nog nooit in zulke krot overnacht.
s’ Avonds zette Domien zijn waterkoker aan wat leidde tot overbelasting zodat gans de nederzetting zonder elektriciteit viel!
Aan de kust gekomen werd deze gevolgd richting Lima.
Er werden dan verschillende valleien verkend waarvan wij ook nog prachtige beelden te zien kregen.
Domien wil deze trip nog overdoen maar dan als het voldoende geregend heeft want zij hebben heel wat stof moeten slikken, wat duidelijk te zien was op de koffers die allemaal dezelfde stofgrijze kleur hadden.
Het was een prachtige en gezellige voordracht waarvoor wij Domien van harte danken.
Marc.