Nabeschouwingen
Belagers van onze succulenten en bestrijding
21 januari 2002
Dit is een onderwerp dat zeer nauw aan het hart ligt van Louis Van de Meutter. In feite is het voor Louis een specialiteit en passie geworden. Over dit onderwerp heeft hij reeds bij ons een voordracht gehouden maar dat was lang geleden. Bovenover had hij zijn voordracht terug herzien en van nieuwe belagers voorzien.Louis begon met een zeer goede situering van de belagers van onze planten in de dierenwereld. Het is voornamelijk bij de ongewervelden dat wij de belagers moeten zoeken. Wel met dien verstande dat niet alle ongewervelden schadelijk zijn voor onze planten. Integendeel de meeste hebben nuttige functies voor de bodem of zijn nuttig bij de bestrijding van andere schadelijke insecten. Het is dus bij de bestijding van schadelijke insecten steeds een wikken en wegen om niet het kind met het badwater weg te gooien. Bij het gebruik van chemische middelen worden de schadelijke maar ook de onmisbare bondgenoten mee gedood.
Als eerste werden de aaltjes of nematoden behandeld. Hier zijn twee soorten zeer gevaarlijk voor onze planten n.l. de cystenvormende wortelnematoden en de wortelknobbelnematoden. Beide soorten zijn zeer klein en kunnen gedurende zeer lange tijd latent in de bodem aanwezig zijn. Zelfs na 10 jaar kunnen zij, als de omgevingsfactoren gunstig zijn, terug actief worden. Zij zoeken dan de wortels op van een plant, hechten er zich in vast en beginnen zich voort te planten op kosten van de plant. Na geruime tijd zullen zij de sapstroom in de wortels stilaan blokkeren. De plant gaat op termijn geen fris uitzicht meer hebben en de groei stagneert. Dit zijn de zichtbare symptomen. Als deze zich voordoen dan kun je maar best zo snel mogelijk de wortels inspecteren op cysten of wortelknobbels. Nematoden zijn niet zeer beweeglijk zij verplaatsen zich op eigen kracht maar 0,5 meter per jaar. Maar er zijn ook andere middelen waardoor ze zich kunnen verspreiden zoals met het gietwater of door het verplanten.
Bestrijding met chemische middelen van nematoden is moeilijk of zeker niet
aan te raden. De chemische bestrijdingsmiddelen zijn zeer giftig en dan nog
niet doeltreffend. Bovenover worden de cysten niet gedood en komen nadat het
middel uitgewerkt is terug uit om hun vernietigende voortplanting verder te
zetten.
Hoe kan deze kwaal dan wel bestreden worden? Een manier is om alles wat in aanraking
geweest is met het substraat te verwijderen. Dit is heel drastisch maar het
werkt (hoop ik toch). Minstens dat er ergens een cyste of een aaltje achterblijft
dan kan het euvel herbeginnen. Een andere en volgens Louis zeer afdoende behandeling
is de thermotherapeutische of warmtebehandeling. De plant, of toch zeker dat
deel wat met het substraat in aanraking geweest is, wordt voor 20 à 25
minuten in water gedompeld van 50 à 60 °C . Men moet er voor zorgen
dat gedurende deze periode de temperatuur van het water niet onder de 50°C
daalt. Louis heeft deze methode met succes toegepast en is volledig verlost
van deze kwaal. Wel als ik er nog eens vind dan weet ik nu al dat het mes maar
als tweede optie zal gebruikt worden.
Als een plant door nematoden aangetast is dan komen in de wortel en zelfs tot
in het plantenlichaam bruine puntjes voor. Dit zijn volgens Louis geen nematoden
maar wel een bacterie aantasting. Deze wordt veroorzaakt door dat de sapstroom
geblokkeerd wordt, de plant hierdoor verzwakt en bacteriën de kans krijgen
om de plant aan te tasten.
Volgens Louis heeft Eriocereus jusbertii nooit last van aaltjes. Dus buiten
dat deze onderstam de habitus van de plant goed bewaart, heeft hij ook nog deze
eigenschap die zeker niet te versmaden is.
Ook ik heb hier aan deze belagers de meeste aandacht besteed. Volgens mij zijn
deze de gevaarlijkste die men in de verzameling kan tegen komen.
Maar Louis heeft nog veel meer verteld en laten zien. Denk maar even aan de
prachtige opnamen van spintmijten. Ook deze zijn gevaarlijk niet dat ze moeilijk
bestrijdbaar zijn. Men mag ze echter niet bestrijden met fosforesters want deze
zouden zelf een stimulerende werking hebben, wat wij zeker niet wensen. Een
middel dat de eitjes en volwassen dieren doodt is Neorom. Maar herhaling na
10 à 14 dagen is toch wenselijk want er kan altijd wel eens een diertje
of eitje aan de behandeling ontsnappen.
Wij konden ook prachtige dia's zien van blad -, wolluizen en ander ongedierte.
Diegene onder ons die dia's maken van hun planten weten maar al te best dat
hetgeen wij op het doek konden bewonderen heel veel geduld en kennis vraagt.
Een bestrijdingsmiddel tegen schildluizen wil ik hier toch nog vermelden, Louis
gebruikt hiervoor met succes Confidor. Het is een systeemgif dat dus ook kan
gebruikt worden tegen alle andere insecten. Een gouden raad wil ik ook nog vermelden,
wissel regelmatig af met bestrijdingsmiddelen, dit om resistentie te voorkomen.
Verder is het heel belangrijk dat je steeds en nauwlettend de voorschriften
volgt die op de bijsluiter staan. Gebruik chemische bestrijdingsmiddelen alleen
dan als het niet anders kan.
Ik wil hier nog vermelden dat wij in onze bibliotheek een zeer goed boekje hebben
met de titel "Schadelijke ongewervelden in onze verzamelingen" geschreven
door Louis. Ik raad iedereen aan om zeker dit boekje te lezen.
Ik wil sluiten met een proficiat en dank aan Louis voor het vele werk dat aan
deze mooie voordracht vooraf gegaan is. Het is goed dat wij hier bij ons een
liefhebber hebben die zich met de studie van dit onderwerp bezig houdt.
Ik ben er zeker van dat velen met mij hebben genoten van deze prachtige voordracht.
Marc.