Nabeschouwingen

Cactus- & succulentenhappening 2001

13 oktober 2001

Het was een stralende herfstdag, zo een waarbij de meeste mensen nog eens willen uitvliegen om er van te genieten voor de koude dagen komen. Niettegenstaande de warme dag, was de opkomst meer dan behoorlijk en de sfeer opperbest.

Wij danken Eduard Verschueren voor zijn bereidwillige medewerking om zijn verzameling en bedrijf open te stellen voor onze liefhebbers. De mini beurs was goed volzet. Zuiderkempen had gezorgd voor een prachtige thematentoonstelling. Peter Rely had heel wat planten uit zijn verzameling van +/- 400 Discocactussen meegebracht. Stuk voor stuk waren het showplanten. De opstelling en bijhorende documentatie was af. Noorderkempen had dit jaar als taak om de tombola te verzorgen. Ook deze was een proficiat waard, er zaten heel wat mooie planten bij. 't Was één van de tombola's die bij de beste hoort. Voor de plantenkeuring was Turnhout verantwoordelijk. Ook hier hadden wij een topjaar met zo maar even 31 deelnemers. Dit gaat in stijgende lijn. Het was voor Turnhout zeker geen gemakkelijke taak, want ook hier waren de binnengebrachte planten allemaal mooi.

Vlaams Brabant had voor een uitstekende spreker gezorgd, nl. de zeer bereisde Frank Van den Broeck. Hij had een compilatie gemaakt van zijn talrijke reizen door Zuid-Amerika. De titel "Vier Woestijntypes" corrigeerde hij naar "Vier verschillende groeigebieden van cactussen".
De vier gebieden waren :
- Noordwest kust van Chili (woestijntype)
- Het Zuidwestelijke deel van Brazilië, nl. Matto-Grosso wat zeker geen woestijngebied is.
- Het Zuidwesten van Bolivia, de Andes hoogvlakte of Alti-plano.
- Het Noordwesten van Argentinië.
Alle beelden waren subliem en ik zou de kringpost meer dan vullen met beschrijving van de beelden, maar dit is niet de bedoeling en ik ga juist enkele zaken eruit pikken die op mij de meeste indruk gelaten hebben (het is alleen niet eenvoudig om te selecteren).

De Noordwest kust van Chili wordt ook de Atacama woestijn genoemd en is zowat een van de droogste plaatsen op onze aarde. Sommige delen hebben bij mensen heugenis nog nooit regen gehad. Het deel langs de kust krijgt dank zij de koude Humbolt stroom dagelijks mist die tot 20 à 30 km landinwaarts trekt. Dank zij deze mist is er plantengroei mogelijk. Prachtige beelden van Copiapoa's deden bij velen het water in de mond komen. De richting van waaruit de mist komt, kan men vaststellen aan de zijde van de planten waar korstmossen op groeien. In de jaren '60 toen ik startte met de liefhebberij, waren de Copiapoa's en Chilenen de planten in de mode. Spijtig treft men ze niet zoveel meer aan in onze verzamelingen, want het zijn zeer mooie planten die echt wel de moeite waard zijn. Wie de kans krijgt moet het boek eens lezen "Copiapoa in their environment" van Rudolf Schulz (dit jaar één van de sprekers op de ELK) en Attila Kapitany.

Veel vochtiger is het Zuidwesten van Brazilië of een deel van de Matto Grosso. Dit is een drassig moerasgebied dat twee seizoenen kent, nl. 6 maanden regenseizoen en 6 maanden droog. Dit gebied kent een zeer weelderige plantengroei en kaaimannen komen er veelvuldig voor. Cactussen komen er voor op open kalksteenachtige plekken in het oerwoud soms met Bromeliaceae. Zo zagen wij een habitus van Discocactus boliviensis die leek te groeien op zwarte vulkaansteen. Frank verzekerde ons dat het kalksteen was die zwart toonde door de mossen die erop groeien.

Vervolgens trokken wij naar de Alti-plano van Zuidwest Bolivia op een hoogte van 3.000 à 4.000 meter. Hier zijn de verschillen tussen dag- en nachttemperatuur zo'n 30 à 40°C !! Er groeien voornamelijk Tephrocactussen waarvan de doornen zo dicht bij elkaar staan dat men het plantenlichaam bijna niet kan zien. Een eigenaardige plaats is de Salar zoutvlakte die in het droge seizoen geometrische barsten vertoont van de droogte. In het regenseizoen staat er zo'n 20 à 30 cm water op. Dit gaf spectaculaire beelden waar de wolken weerspiegelden in het water en het verschil tussen lucht of water bijna niet te onderscheiden was. Frank verzekerde ons dat voor het doorkruisen van deze vlakte zowel in het droge als in het regenseizoen een gids onontbeerlijk is.

Als laatste gebied toonde Frank ons beelden van Noordwest Argentinië waar hij door een gebied trok met hoogteverschillen van 1.000 tot 4.000 meter. Cleistocactus jujuyensis wordt in verzamelingen tot 2 m hoog, maar op de groeiplaatsen, op die hoogte, blijven ze kleiner en hebben een veel dichtere bedoorning. Afdalend van de Alti-plano naar lagere gebieden, veranderde de omgeving en het klimaat. Alles werd veel groener, maar ook vochtiger. Zoals bij de Discocactussen groeien ook de Melocactussen op open plekken. Melocactus ernestii, volgens Frank één van de mooiste, groeit hier ook op rotsige formaties. Meer naar het struikgewas groeide Arrojadoa penicillata. Deze cereusachtige vormt bij bloeirijpheid een cephalium waaruit wasachtige bloemen komen. Anders dan bij andere cephaliumdragers groeit na de bloei de plant terug door het cephalium door.

Marc

 

Overzicht nabeschouwingen


Webdesign: Geert Serneels - webmaster@cactusweelde.be