Nabeschouwingen
Euphorbia
17 september 2001
Frank Hoste was reeds meermaals als spreker te gast bij ons met o.a. reisverslagen over Madagaskar. Lang geleden heeft Frank bij ons een voordracht gegeven over Euphorbia. Tijdens een gesprek op ELK in 2000 kwam dit onderwerp ter sprake en vertelde Frank dat hij de Euphorbia lezing helemaal herwerkt had.
Frank Hoste was reeds meermaals als spreker te gast bij ons met o.a. reisverslagen
over Madagaskar. Lang geleden heeft Frank bij ons een voordracht gegeven over
Euphorbia. Tijdens een gesprek op ELK in 2000 kwam dit onderwerp ter sprake
en vertelde Frank dat hij de Euphorbia lezing helemaal herwerkt had.
Ik was dan ook zeer tevreden dat hij mijn uitnodiging aanvaardde om de lezing
bij ons te komen geven.
Euphorbia is een groot geslacht met vertegenwoordigers in alle werelddelen. Wij kennen bij ons heel wat inheemse kruidachtige Euphorbia's. In de volksmond spreekt men van wolfsmelkachtigen. Zo vinden wij langs wegen, dijken en weilanden de Heksenmelk (Euphorbia esula) ; in tuinen, heggen en akkers Tuinwolfsmelk (Euphorbia peplus). Cypreswolfsmelk (Euphorbia cyparissias) komt voor in bermen, op zandgronden en vrij algemeen in duinen. Er zijn ook een aantal Euphorbia's die gebruikt worden als borderplanten zoals o.a. de eerder genoemde cyparissias die een fijn blad heeft en okerkleurige schutblaadjes.
Maar Frank kwam ons onderhouden over de succulente vertegenwoordigers in het geslacht Euphorbiaceae. Hij situeerde de verspreiding van de succulente Euphorbia's over de vijf continenten, met de hoogste concentratie en diversiteit in Afrika. Een beeld van Marokko met Euphorbia resinifera in bloei. Het leek wel dat de woestijn er in vuur stond. Als men weet dat de Euphorbia slechts kleine bloempjes heeft, moeten er wel heel veel planten staan. Euphorbia canariensis op Tenerife vormt mooie groepen. In cultuur zijn de planten okerkleurig, maar in de natuur lijkt de kleur op teakhout, echt zilvergrijs. Ook nog op de Kanarische Eilanden groeit Euphorbia atro-purpurea, waarvan, zoals de naam insinueert, de bloemschutbladen karmijnrood zijn.
Zuid-Afrika is wel het land waar de meeste soorten voorkomen. Denken wij maar aan Euphorbia obesa en symetrica. Het verschil tussen de twee soorten is te herkennen doordat bij obesa de knobbeltjes waar bloemetjes gestaan hebben mooi op één lijn staan. Bij symetrica staan er verschillende naast elkaar. Euphorbia meloformis en valida hebben ook veel met elkaar gemeen, behalve dat meloformis een penwortel heeft, daar waar valida vezelwortels heeft. Sommige bronnen beweren zelfs dat valida in het verre verleden ontstaan zou zijn uit een natuurlijke kruising tussen Euphorbia obesa met meloformis.
Ook Madagaskar heeft zeer veel endemische Euphorbia's. Denk maar aan de populaire Christusdoorn of Euphorbia millii en vele andere decoratieve soorten, bv. Euphorbia viguieri. Deze plant geeft door zijn grote bladeren in de kruin een aanblik van een minipalm. In Tanzania groeit de zeer attractieve Euphorbia grandicornis. De Euphorbia's uit Madagaskar en de landen rond de evenaar vragen in de winter een warmere behuizing. Een van de boomvormige soorten is Euphorbia ammak.
Een zeer bijzondere plant is Euphorbia abdelkuri die groeit op rotsformaties van het eiland Abdal-kuri niet ver van het iets grotere eiland Socotra. Euphorbia abdelkuri wordt hier meestal geënt aangeboden, maar Frank kweekt deze al verschillende jaren op eigen wortel. Een bewijs van expertise, kennis van het geslacht, observatie en volharding. Een mond vol, zul je denken, maar ik vind het een fantastisch resultaat. Euphorbia picidermis groeit in de Ogaden woestijn in Somalië. Dit is een echt kleinood dat je, zover ik weet slechts geënt kunt kweken. Een mooi voorbeeld van convergentie blijkt uit Euphorbia picidermis en Encephalocarpus strombiliformis. Een niet kenner zal slechts in detail de verschillen zien. Convergentie is het fenomeen van planten van twee verschillende families die geografisch verspreid groeien onder dezelfde ruimtelijke omstandigheden en naar hetzelfde uiterlijk zijn geëvolueerd.
Van cristaten toonde Frank ons verschillende prachtplanten, zoals bv. obesa en piscidermis.
De afmeting van de Euphorbia bloemen gaan van 3 mm tot max. 30 mm. Door hun bouw en de kleur van de schutbladen zijn sommigen heel attractief. De bloemen kunnen eenhuizig zijn, d.w.z. of vrouwelijk of mannelijk. Dit wil zeggen dat men twee planten, een vrouwelijke en een mannelijke, nodig heeft om ze te bevruchten. Er zijn echter ook eenhuizige planten die zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen produceren. Soms op afzonderlijke bloemen, maar ook bij sommige soorten op dezelfde bloem. Spijtig dat heel dikwijls eerst de mannelijke bloem rijpt en pas later als de vruchtbaarheid van het mannelijke deel voorbij is, rijpt het vrouwelijke deel. Wil men bevruchten, moet men stuifmeel in de koelkast bewaren of er moest juist een mannelijk deel van een andere bloem rijp zijn.
De vruchten bestaan uit 3 delen, elk deel bevat één zaadje. Als de vrucht rijp is, springt de zaaddoos met kracht open en katapulteert de zaden weg. Wil men zaden oogsten, dan moet men op tijd voor opvang zorgen door er bv. een nylonkous over aan te brengen. Witte zaden zijn meestal waardeloos. Het zaad moet een donkere kleur hebben. Zaaien kan zoals bij onze cactussen, maar denk er aan dat het zaad niet heel lang vruchtbaar blijft.
Vermeerderen kan door stekken en enten. Om een Euphorbia te stekken snij je best de plant op een zo klein mogelijk snijvlak, dop het sap af en laat enkele dagen drogen, niet te lang want anders wordt het snijvlak te hard en geraken de nieuwe wortels er niet door. Om Euphorbia millii te stekken snij ik die af en stop het bloeden met lauw water. Ik laat de plant maar enkele uren drogen en steek hem dan in licht vochtige stekgrond.
Opgelet met het sap, want dit is meestal giftig. Vermijdt contact met de huid en zeker met de ogen, want dat kan zwaar irriteren. Indien toch sap op de huid komt : zo snel mogelijk met zuiver water afspoelen. Indien je Euphorbia's hebt, dan zou men steeds een Aeonium lindleyi bij de hand moeten hebben. Als je het sap op de huid krijgt, neem dan onmiddellijk een blad van lindleyi en knijp het sap er op uit. Het zal direct de pijn verlichten.
Enten van Euphorbia kan, de specialist die hiervoor baanbrekend werk heeft
verricht was wijlen Frank K. Horwood. Zijn methode werkt als volgt:
Met een plastic nevel-spuitfles gevuld met gewoon leidingwater wordt na het
snijden het sap 2 à 3 maal afgewassen door er water op te nevelen. Ook
de ent wordt zo behandeld. Dan worden beide delen met de maximale toelaatbare
druk voor de ent op elkaar gedrukt. Het sap dat verdund is wordt dan gemakkelijk
tussen stam en ent weggedrukt. Snelheid is geen must daar beide delen vochtig
blijven. Het mes wordt om de twee à 3 entingen met alcohol gereinigd
om te vermijden dat de latex er aan droogt. Opgelet voor het sap op de huid
bij sommige soorten!
Wat ziekten betreft heeft Euphorbia weinig last van wol- en wortelluis. Sciara
muggen kunnen lastig zijn bij kleine planten en zaailingen. Spint kan men vermijden
door veel te luchten. Sommige Euphorbia's kunnen wel last hebben van schimmels.
Een gewoon schimmelwerend middel kan dit euvel verhelpen.
Bij virusinfectie geeft Frank de raad om plant en grond zo snel mogelijk te
vernietigen.
Het was een zeer leerrijke avond, heel afwisselend, onderhoudend aan elkaar
gepraat met mooie beelden.
Marc