Nabeschouwingen

Enten op Pereiskiopsis

18 juni 2001

Maar waarom nu toch enten, want men kan toch zaaien en alle plantjes gewoon op eigen wortel laten groeien. Voor heel wat planten kan dit zonder enig probleem, maar er zijn planten die maar eerst 7 à 8 jaar na het zaaien bloemen. Als je geduld en tijd hebt, dan kun je wachten en een plant op eigen wortel opkweken geeft veel voldoening. Er zijn echter planten die een gevoelig wortelgestel hebben, zelfs zo dat ze, door een teveel aan water op een ongunstig moment, verhuizen naar de cactushemel en dan kan men terug van nul starten. Een manier om dit te voorkomen is het gevoelig wortelgestel vervangen door een sterker wortelgestel, dus enten op een plant die minder eisen stelt.

Een andere zeer goede reden om te enten is voor het vermeerderen van zeldzame planten. Stel dat je aan zaadjes geraakt van een plant waar je al jarenlang naar op zoek bent. Als de zaden uitkomen, kan er voordat ze volwassen zijn en gaan bloeien van alles gebeuren. Een manier om zulke planten snel te vermeerderen is ze als zaailing te enten op een onderstam. Dit kan op Echinopsis, maar het gaat nog beter en sneller op Pereiskiopsis. Als je op deze onderstam ent, dan kan je in sommige gevallen op één jaar tijd reeds bloem hebben. Heb je dan twee of meerdere zaailingen geënt, dan kan men bevruchten en heeft men meer zaad om de planten te vermeerderen.

Dank zij liefhebbers zoals Julienne, blijven deze planten niet zeldzaam en worden ze snel verspreid. Hieraan gekoppeld gaat dan ook de prijs voor zulke plantjes naar het aanvaardbare voor de modale liefhebber.
Ook voor speciale cultivars of planten die alleen maar door stekken kunnen vermeerderd worden, is het een ideale manier voor snelle vermeerdering.

Volgens Julienne moet de Pereiskiopsis juist op punt zijn om op te kunnen enten. Hij mag niet te droog staan, want dan pakt hij de ent niet aan. Maar als hij te vochtig staat, m.a.w. de entstam te sappig is, dan zal er teveel vocht naar boven gestuwd worden en dat de ent van het stammetje duwt. Het te droog staan van de onderstam kan men zien wanneer men het stammetje doorsnijdt en het snijoppervlak mat en droog lijkt. Het te vochtige staan kan men observeren als na het snijden er steeds een druppel vocht op het snijvlak komt te staan.

Julienne heeft twee soorten Pereiskiopsis die ze gebruikt om op te enten, nl. een die wol maakt aan de axillen, de andere is kaal in de axillen en maakt geen wol. Beiden doen het als onderstam zeer goed, maar deze met wol groeit volgens Julienne toch nog beter. Maar door de wol ent hij iets moeilijker. Als er een deeltje wol op het entvlak komt, dan mislukt de enting. De stekken van Pereiskiopsis worden genomen in de maand mei, niet vroeger, want dan lukt het niet goed. De lengte van de stek is 4 à 5 cm lang. Laat het stekje een dag drogen. Daarna wordt hij één week in de stekbak geplaatst. Na deze één week heeft het stammetje worteltjes en wordt hij opgepot. Nog een week later is hij klaar om op te enten. Let wel op voorgaande : niet te droog of te vochtig.
Als gereedschap en hulpmiddelen gebruikt Julienne een scherp aardappelmesje, een Gillette mesje om de kleine zaailingetjes af te snijden, water waarin ze 1 à 2 tabletten superol of chinisol opgelost heeft om de mesjes te ontsmetten en verder nog keukendoekjes om de mesjes regelmatig af te kuisen. Zuiver werken is van het allergrootste belang. Verder heeft ze nodig : etiketten en potjes. Het enten van kleine zaailingetjes gaat als volgt in z'n werk : snij het topje van de entstam mooi recht af. Vervolgens wordt de zaailing afgesneden, liefst onder het buikje. Plaats dan het zaailingetje met zachte draaibeweging op de onderstam. Daar waar bij het traditioneel enten de centrale vaatbundels van ent en entstam elkaar steeds moeten kruisen, is dit bij Pereiskiopsis anders. Pereiskiopsis wijkt hier af van alle andere cactussen, waar de vaatbundels voor stijgende en dalende sappen centraal liggen. Bij Pereiskiopsis liggen deze vaatbundels aan de buitenzijde van het stammetje. Men zou kunnen stellen dat Pereiskiopsis meer gelijkenis vertoont met bomen, waar de stijgende sappen niet ver van de schors verwijderd liggen. Bij Pereiskiopsis moet de ent aan de zijkant van de entstam geplaatst worden, dus een deel van de ent valt dan steeds buiten de onderstam. Dit moet, want alleen zo kan de centrale vaatbundel van de ent contact maken met de vaatbundels van de onderstam en zodoende vergroeien en genieten van de stuwende sappen van de Pereiskiopsis.

Om het zaailingetje aan te drukken op de onderstam gebruikt Julienne een etiket. Langs de ene zijde laat zij het rusten op een stapeltje van potjes of een andere steun die van hoogte is. Door de hoogte te veranderen kan ook de druk aangepast worden. Voor kleine zaailingetjes moet de druk niet lang aangehouden worden. Julienne ent, legt de etiketjes erop en gaat dan haar aardappeltjes koken. Als ze gaar zijn, dan mogen ook de etiketjes er af. Als hardere plantjes moeten geënt worden, zoals bv. Astrophytum asterias, dan moet er meer en langer druk op geplaatst worden. Julienne doet dit met een houten wasspeld die zij op het etiket plaatst. Door deze speld achteraan of vooraan het etiket te plaatsen, kan de druk respectievelijk verhoogd of verlaagd worden. Als het etiket verwijderd wordt, dit is voor zaailingen die een grote druk moeten hebben, na maximaal één dag, dan worden de plantjes voor ongeveer één week in de entkast geplaatst. Er wordt voor gezorgd dat de potjes steeds vochtig staan. De entkast van Julienne bestaat uit schabben. Boven elk schab is er een groeilamp geplaatst (TL-lamp bv. Gro-lux). De lamp staat ongeveer 10 cm boven de plantjes. De zijkanten van de kast zijn bekleed met aluminium folie om maximale reflex te krijgen van het licht. De lampen worden gestuurd door een automatische schakelaar, zodat de plantjes afwisselend 6 uur licht en 6 uur donker staan. Door het licht, de warmte en de milde vochtigheid die van de vochtige grond komt, lukken de meeste entingen op Pereiskiopsis. Homalocephala texensis bloeit in het beste geval slechts na 10 jaar. Julienne heeft deze door te enten op Pereiskiopsis na 4 jaar in bloei gekregen. Zo had Julienne heel wat voorbeelden bij van entingen die nog maar enkele maanden oud waren en er prachtig bij stonden. Als de ent gelukt is, dan zal na één week het epidermis van de ent blinken. Als er op de onderstam stekken komen, dan worden deze verwijderd met een hieltje. Zulke stekjes van 1 à 3 cm kunnen dan weer goede onderstammetjes worden. Als de ent groot genoeg is, dan kan die overgeënt worden op een andere onderstam zoals bv. jusbertii als blijvende onderstam. Maar ook het kontje kan overgeënt worden op bv. en Echinopsis. Om te vermijden dat het kontje uitdroogt, wordt er een deeltje van ongeveer 1 cm van de Pereiskiopsis mee afgesneden. Dit kontje zal op zijn beurt dan weer stekjes geven en zo gaat de vermeerdering verder. Men kan ook de ent op de Pereiskiopsis laten staan en als men niet te hoog geënt heeft, kan men stelselmatig het stammetje dieper inplanten zodat het na enkele jaren lijkt alsof het een wortelechte plant is.

Als de ent en het kontje overgeënt zijn, gooide Julienne de stammetjes weg. Zij vond dit toch maar een verkwisting. Op een dag entte zij er een stek op en ...... wonderwel : het lukte. Hiervoor past Julienne de schuine enting toe. De Pereiskiopsis wordt schuin afgesneden en zo ook de ent. Hier ook moet de ent aan de zijkant van de entstam geplaatst worden. Het vastzetten gebeurt met een houten wasspeld die van onder naar boven op de ent geplaatst wordt. Afhankelijk van de grootte van de ent, blijft de wasspeld er maximaal één dag op.

Zo zie je maar dat nieuwe manieren vinden een kwestie is van af te vragen "waarom zo niet". In feite had Julienne hierop een patent moeten nemen. Dit even om de creativiteit en de vindingrijkheid van Julienne te benadrukken. Want je mag wel stellen dat deze techniek een uitvinding is. Ere wie ere toekomt.

Marc

Overzicht nabeschouwingen


Webdesign: Geert Serneels - webmaster@cactusweelde.be