Nabeschouwingen

Cactussen en vetplanten

16 april 2001

De meesten onder ons kennen Louis Van de Meutter als specialist van Asclepiadaceae. Meer bijzonder kennen wij hem i.v.m. zijn grote kennis over insecten die onze planten belagen. Hiervan getuigen de vele artikels over dit onderwerp in ons nationaal tijdschrift. Deze artikels waren steeds voorzien van foto's van deze kleine diertjes en als je die zo kunt fotograferen, dan ben je zeker een goede fotograaf. Louis had mij verteld dat hij het niet zou hebben over insecten maar over cactussen en vetplanten. En dat Louis een zeer goede fotograaf is, bleek zeer duidelijk uit de prachtige beelden die hij ons van de planten toonde.
Acanthocalycium heeft als kenmerk dat de bloem een bedoornde schub heeft. Verder zijn de planten nauw verwant met Lobivia. Een mooi voorbeeld van dit geslacht is Acanthocalycium glaucum met een blauw berijpt epidermis en een zwavelgele bloem.

Aporocactus conzattii heeft een zeer slanke rode bloem. De dunne stammetjes die hangend groeien zijn geel bedoornd. Bij Louis bloeit deze plant vroeg in het voorjaar. Aporocactus flagelliformis is de meest verspreide soort die zich in de lente overvloedig tooit met zygomorfe karmijnrode bloemen. Aporocactus mallinsonii zou een kruising zijn tussen de voorgaande met een Epiphyllum.

Uit de verzameling van Albert Goossens bracht Louis een prachtig beeld van een Ariocarpus retusus. Aan de habitus te zien, dacht Louis dat het een geënte plant was, maar geënt of niet, het was een heel mooie plant. Ook uit dezelfde verzameling kwamen er beelden op het scherm van Astrophytum in al hun glorie. Als je die planten zag staan, dan mag je nog een fervente tegenstander zijn van enten, wel dan vergeet je snel uw tegenstand bij het zien van deze planten. Alles hangt er van af wat je wil. Indien men oordeelkundig ent, dan kan men uitstekende resultaten bekomen.
Door Astrophytums te kruisen kan men prachtige resultaten bekomen. Een dia van Astrophytum cv "Super Kabuto" was een overduidelijke bevestiging van de voorgaande stelling. Deze plant is weer maar eens het bewijs dat de Japanners op dit gebied een speciale feeling en volharding hebben om tot deze resultaten te komen. Een ander prachtig resultaat van de Japanners is Astrophytum cv "Onzuka". Als je deze planten zaait, dan kan er van alles uitkomen. Sommige plantjes zullen U misschien teleurstellen, maar die enkele speciale plantjes die er uitkomen zijn dan ook juweeltjes.
Volgens Louis is Astrophytum asterias de mooiste van de botanische soorten, maar ook de moeilijkste. Mijn ervaring met wortelechte planten van asterias sluit volledig aan bij deze van Louis. Als je éénmaal te veel water geeft als de plant er geen zin in heeft, dan kan het zijn dat je na jarenlange prima verzorging de plant kwijt bent. Ik denk dat enten op een onderstam die niet forceert een oplossing kan zijn om deze planten toch met meer zekerheid te houden.

Austrocactus is een plant die men niet veel tegenkomt in de verzamelingen. Op een dag kreeg Louis een telefoontje dat er bij één van z'n vrienden een exemplaar in bloei stond. Gepakt en gezakt met zijn fotomateriaal trok Louis op pad. Het resultaat konden wij aanschouwen op het witte doek. Austrocactus patagonicus groeit in Argentinië rond de 40e breedtegraad, dus het meest zuidelijke deel. Ze groeien in zeer onherbergzame gebieden waar de bodem in de winter continue bevroren is. Als men deze planten in de winter kan beschermen van vocht, zijn ze zeker winterhard.
Door hun vorm en uitbundige bloei is Cleistocactus een geslacht waar Louis een boontje voor heeft. Cleistocactus ritterii met gele bloemen, waarvan de bloembladtopjes groen zijn, geeft in de bloeizone lange borstelachtige doornen. Men kan stellen dat het een pseudo cephalium is. Dit was ook de aanzet waarom Ritter de plant Cephalocleistocactus noemde. Een andere mooie soort is Cleistocactus smaragdiflorus, ook een beeldsprakerige naam die goed gekozen is.

Ook Louis trok een lans voor de niet al te moeilijke planten die zeker hun plaats in de verzameling waar zijn, bv. Chamaecereus silvestrii en voornamelijk de hybriden met Lobivia zullen U belonen met een uitbundige bloei. Chamaecereus hybriden zijn te vinden in tal van bloemkleuren van rood tot geel. Bovenover zijn deze planten een uitstekende indicator voor de aanwezigheid van rode spint in de verzameling. Deze beestjes hebben een voorkeur voor deze planten, dus hoef je alleen maar deze planten te observeren.

Copiapoa hypogeae heeft als jonge plant een mooi gerimpeld epidermis dat prachtig naar voor gebracht werd op de dia. Een weinig geziene plant is Deamia testudo met witte bloemen die 28cm lang zijn met een doormeter van 20cm. Het is een epiphytum die zich rond de takken van de bomen slingert. Zij komen voor in Zuid-Mexico en Colombia. Escobaria hesteri is een klein plantje. Een enkelvoudig plantje wordt maximum 4cm doormeter, maar het spruit vanuit de basis en vormt alzo groepen van wel 30cm doormeter. In de verzameling heb ik ze nooit zo groot gezien. Als het plantje zich tooit met zijn fel purpere bloem die een doormeter heeft van 2,5cm, is het een echte "eye-catcher".

De meeste Echinocereussen hebben grote bloemen die, afhankelijk van het weer, wel tot 7 dagen mooi blijven. De pectinatussoorten hebben bovenover ook nog een prachtige bedoorning.
Zoals reeds eerder gemeld, zoekt Louis naar schoonheid en niet bepaald naar zeldzaamheid. Dus ook Echinopsis met zijn grote bloemen, die meestel ook nog welriekend zijn, genieten zijn voorkeur. Spijtig dat de bloemen geen lang leven kennen. Toch ben ik het met Louis roerend eens dat deze planten een plaats verdienen in de verzameling. Probeer eens twee hybriden te kruisen. Bij de uitgezaaide planten kom je dan allerlei bloemkleuren tegen. Een deel van de planten zullen maar gewone bloemen geven, maar die kun je dan nog gebruiken als onderstam.
Een prachtig groen-blinkende plant met aanliggende bedoorning en gele bloemen luistert naar de naam van Matucana aureiflora. In tegenstelling tot de meeste soortgenoten zijn de bloemen niet zygomorf. Er is nog een Matucana die deze eigenschap heeft en dat is oreodoxa. De bloemen hebben een oranje kleur. Een voordeel van Matucana is dat ze in de late zomer bloeien als de meeste planten reeds uitgebloeid zijn. Het is prettig om steeds planten in bloei te hebben.
Bij wijze van experiment heeft Louis een Eriocactus bonplandii laten doorgroeien en de grote witte bloemen bevrucht. Het resultaat zijn ronde rode vruchten die zeer decoratief ogen.

Euphorbia antisyphylitica komt van Mexico en het Zuiden van de USA. In tegenstelling tot de meeste Euphorbia's heeft deze zowaar witte bloemblaadjes. De stamper hangt naar beneden ver weg van de meeldraden. Van de latex werd vroeger een middel gemaakt dat heilzaam scheen te zijn tegen de syphilis uitslag. Dit gebruik refereert naar de naam van deze mooie plant.
Ook van de Mesems toonde Louis heel wat vertegenwoordigers. Maar als laatste kwam het geslacht waar Louis een sterke voorkeur voor heeft : de Asclepiadaceae. Een plant waarvan de welriekende bloem veel in bruidsboeketten gebruikt wordt is Stephanotis floribunda. Van deze plant toonde Louis ons de vruchten die afwijkend zijn van de normale Asclepia-vrucht, met twee peulen, daar waar Stephanotis een eivormige vrucht heeft.
Het geslacht Ceropegia heeft vertegenwoordigers met zeer ingenieus gecontrueerde bloemen. De bloem van Ceropegia saundersonii lijkt wel op een parachute. Hoodia gordonii heeft grote schijfbloemen. In het center van de papierachtige schijf zit in feite de zeer kleine bloem.

Een doorlatend grondmengsel en in de winter geen al te lage temperaturen voorkomen zwartrot waar alle Stapelia-achtigen nogal gevoelig voor zijn. Alle Asclepiadaceae zijn gevoelig voor wolluis, of de wolluis heeft een voorliefde voor deze planten. Behandeling met een systeemgif geeft een oplossing aan dit euvel.
Als laatste kregen wij een beeld van Stapelia glandiluflora. Zover ik ze ken is dat de mooiste bloem. De bloem is wit bezet met haartjes waarop aan de top zich een glimmende papil bevindt, kortom een juweel van een bloem. Met dit prachtige beeld sloot Louis af. Veel te snel, want de tijd was voorbij gevlogen. Wij danken Louis voor de prachtige avond en hopen van hem nog vaak in ons midden te mogen hebben.

Marc

Overzicht nabeschouwingen


Webdesign: Geert Serneels - webmaster@cactusweelde.be