Nabeschouwingen
Echeveria
18 september 2000
In de jaren '50 en '60 schreef J.C. van Keppel veel artikels hierover. Na deze periode werd het bijna 30 jaar stil rond dit geslacht. Het is sinds een drietal jaar dat onze nationale voorzitter Paul Neut zich intensief met dit geslacht is gaan bezighouden. Sindsdien zijn er dan ook regelmatig artikels van zijn hand in ons nationaal tijdschrift CaVeKa verschenen. Wij kennen Paul als een gepassioneerd verzamelaar van Parodia en Notocactus, maar over zijn laatste passie hadden wij hem nog niet gehoord. Dus leek het eens gepast om hem uit te nodigen voor een voordracht over die andere succulent.
In 1828 beschreef A.P. De Candolle het geslacht Echeveria naar twee tekeningen die in Mexico gemaakt werden door Señor Atanasio Echeveria. Deze Mexicaanse schilder heeft nog heel wat tekeningen gemaakt in opdracht van Moçiño en Sessé die gebruikt zouden worden in hun geplande werk "Flora Mexicana".
Paul opende de voordracht met een overzicht van hun natuurlijk verspreidingsgebied. Vanaf het Zuiden van de USA over Mexico waar de meeste soorten groeien naar El Salvador. In het smalle deel tussen Noord en Zuid Amerika groeien er geen Echeveria's. Verder komen ze terug voor langs de westkant van Zuid Amerika tot Bolivië en Peru.
Heel wat soorten kunnen in de zomer buiten gekweekt worden, maar dit is geen algemene regel, daar er een aantal zijn die hoegenaamd niet houden van natte voeten. Mits afscherming van overvloedige regen gaat het wel. Als vuistregel : zeker de witberijpte soorten binnen kweken. Een zeer gemakkelijke plant voor buiten is Echeveria glauca. Deze blauwe plant wordt massaal gebruikt voor aanleg van perken. Echerveria laat zich gemakkelijk hybridiseren met aanverwante geslachten zoals o.a. Pachyphytum, Dudleya en Cotyledon.
Als grond raadt Paul een licht, voedzaam, poreus en waterdoorlatend mengsel aan; Zeker geen zware grond (leem) gebruiken voor Echeveria's. Echeveria moet regelmatig verpot worden. Om mooie gedrongen planten te houden, is stekken een must. Sommige planten groeien mooi op stam, maar laat ze niet te groot worden, want dan moet men ze steun geven.
Algemeen kunnen Echeveria's vermeerderd worden door bladstek of zelfs door elk deel van
de plant. Een bladstek moet wel steeds genomen worden met een hieltje. M.a.w.
om goed te stekken moet men steeds een groeipunt aan de bladstek hebben. Zoals
steeds zijn er echter uitzonderingen op deze regel. Er zijn planten die zich
niet laten vermeerderen door stekken. Er blijft dan voor deze soorten niets
anders over dan zaaien.
Het zaad is stoffijn en wel zo dat zaad van stof moeilijk te onderscheiden is.
Zaaien wordt gedaan zoals bij cactussen. Een steriel mengsel, bv. zaai- en stekgrond,
liefst van een gekend merk. Wil je dit zelf maken dan kan dit door uw mengsel
te steriliseren in glazen potten op de traditionele manier. Dit kan ook in een
microgolfoven, maar ook hier in een gesloten doos of bokaal, want de geur is
niet bepaald aangenaam te noemen. Het steriele mengsel wordt in zuivere potjes
gedaan en aangedrukt. Verdeel het zaad gelijkmatig over het oppervlak en druk
dit lichtjes in de grond zodat er een intens contact is tussen zaad en substraat.
Ik los dan meestal de bekende "Chinosol" (te verkrijgen bij onze materiaalmeester)
tabletjes op in gekookt en afgekoeld regenwater. Hierin laat ik de potjes vocht
optrekken tot het bovenvlak goed vochtig is. Deze potjes kunnen dan in een zaaibak
met thermostaat. Indien men zaait eind april, begin mei, dan kunnen de potjes
in plastiek zakjes geplaatst worden die bovenaan volledig afgesloten worden.
Indien je zuiver gewerkt hebt, dan zullen er geen algen optreden en dan kunnen
de zakjes toe blijven tot wanneer er moet verspeend worden. Knip het zakje enkele
dagen op voorhand open om ze aan de andere omgeving te laten wennen. Na de wenningsperiode
kunnen de jong plantjes dan verspeend worden.
Omdat Echeveria's bladsucculenten zijn, verdampen zij meer water en moeten dan ook meer gegoten worden. Afhankelijk van de overwinteringstemperatuur verlangen zij tijdens de winter een beetje water. Paul overwintert zijn Echeveria's op ongeveer 3 à 4°C minimum. In de zomer tracht hij de planten zoveel mogelijk direct zonlicht te geven, wat de kleurintensiteit bevorderd. Alle berijpte soorten worden nooit over de kop gegoten. Indien men een berijpt blad aanraakt, krijgt het blad een lelijke vlek die niet meer weggaat. Dus ook tijdens het verplanten moet men voorzorgen treffen om vlekken te voorkomen.
Na deze grondige uiteenzetting toonde Paul ons een groot aantal soorten, waarbij hij ook telkens vermeldde of het moeilijke of gemakkelijke planten waren. Hij gaf tevens gelijktijdig een aantal tips om mooie planten te kweken.
Echeveria's fotograferen die in bloem staan is zeker niet gemakkelijk. Meestal hebben zij een zodanig lange bloemstengel dat dit een onbegonnen opdracht is. Het is Paul toch gelukt om een aantal dia's te maken waarop zowel de plant als de bloem te zien is. Hiervoor is veel geduld en ervaring nodig. Het fotograferen met zwarte achtergrond lukte Paul niet te best. Hij kiest meestal voor een rotsachtig decor. Hiervoor heeft hij een vast paneel gemaakt en halfmaanachtige plaatjes waarop stenen gekleefd zijn. Hiermee kan dan snel de pot uit het beeld gehouden worden.
Hier een samenvatting van een aantal planten die tijdens de zomer buiten kunnen gekweekt worden : E. agavoides, glauca, affinis, derenbergii, carnicolor. Verder nog een aantal zeer prachtige planten, maar die beschut moeten gekweekt worden : Echeveria c.v. "Imperial Crown", lauii, lindsayiana, longissima, shaviana.
Het was een prachtige voordracht, vlot en aangenaam gepresenteerd. Iedereen zal zeker wat bijgeleerd hebben. Voor diegenen die geen Echeveria's hebben, zal het zeker een stimulans geweest zijn om Echeveria's op te nemen in de verzameling.